Het is oorlog in mijn hoofd

Soms ga ik mee met mijn mama naar haar werk. Kwestie van een beetje geconcentreerd door te kunnen werken aan mijn thesis, want kijk-daar-dwarrelt-stof-naar-beneden. Ik ben gemakkelijk afgeleid. Understatement of the year, I mean, century, or better yet: millenium. Bij mama op het bureau gaat dat iets beter, want: sociale controle enzo (en praktisch geen internet, want, zo blijkt, het internet is niet altijd een zegen voor mensen besmet die lijden aan kijk-daar-dwarrelt-stof-naar-beneden). In het Engels (en andere talen) bestaat daar een prachtig woord voor: procrastinate, ofte: talmen, uitstellen. Verschrikkelijk om uit te spreken, maar ja: waarom vandaag doen wat je ook morgen kan doen? Ik begin elke dag met de beste intenties. Ik werk braaf en geconcentreerd aan mijn thesis, maar wacht, hoe zeg je dit of dat ook alweer in het Spaans*? Moet daar dan een subjuntivo of een indicativo bij dat werkwoord? Even opzoeken op het internet en kijk daar, FACEBOOK! Een link naar een blog die ik volg en kijk daar, een comment van iemand wiens blog ik wou volgen maar vergeten ben. Kijk, dat moet ik allemaal nog lezen en kijk een link naar Pinterest en WAUW DAT IS EEN SCHONE KLOK DIE MOET IK HEBBEN. Start internetzoektocht om op te sporen waar het ding vandaan komt en oh, ik moest eigenlijk gewoon weten of “parecer que” gevolgd wordt door een werkwood in subjuntivo of indicativo. Terug naar de orde van de dag, dan maar. Ik schrijf weer even verder en oh, wacht, ik heb een idee voor een stukje op mijn blog. Open OneNote en schrijf. Verdrink in de andere ideeën die daar ook staan en herlees alles en oh, wacht, ik moet eigenlijk aan mijn thesis werken. Maar had deze of gene persoon niet iets gezegd over…? Bon, die thesis. Maar how in hell druk ik dat woord met alle juiste nuances uit in het Spaans**? Zoektocht door alle mogelijke digitale woordenboeken. Zucht, ik heb een pauze/onderbreking/verzetje nodig (perfect uitgedrukt in het Engelse break, maar dat terzijde, want na jaren dagboeken in soms erbarmelijk Engels probeer ik nu bloggen in het Nederlands). Pauze dus. Spelletje op de gsm. Thesis en oh, ja, ik moet een mail sturen want ik ga niet naar de Portugese/Spaanse les en SAAR! THESIS!!!!!!! Een beetje muziek zal mijn concentratievermogen misschien helpen, wat wil ik luisteren, hmmm…. Het volume moet precies op vijf (of een ander veelvoud van vijf, liefst eindigt op vijf en niet op nul) staan en SAAR THE-SIS THE-SIS THE-SIS VERDOMME THESIS. Vermenigvuldig dat maal duizend en vervang door/vul aan met duizend andere dingen en u hebt misschien een idee van hoe mijn dagen eruit zien. Een mens zou er moe van worden.

Nee, meegaan met mijn mama is een goed alternatief om aan die routine te ontsnappen. Met een beetje geluk krijg ik meer gedaan dan thuis (waar ik anders toch ook alleen zit. Om zot van te worden). Er zijn natuurlijk ook wel enkele nadelen aan verbonden, maar ach, die neem ik erbij. Vroeg opstaan bijvoorbeeld. In wat voor mij aanvoelt als het midden van de nacht. Want ik wil rustig douchen en beslissen wat ik ga aandoen. Ik word daar wakker van en kan de wereld dan een beetje beter aan (ik heb zo al genoeg ochtendchagrijn ’s morgens). Maar meer nog als we terugkomen, want ja, ik ging eigenlijk een blogpost schrijven over een straat. Een straat in de buurt van mijn mama haar werk. Een kasseiweg. Helemaal verzakt. Maar echt helemaal. Er met de auto over rijden is als een cocktail shaken – of beter: een cocktail die geshaket wordt. Ik word elke keer zo hard dooreengeschud dat mijn borsten er pijn van doen. Normaal, zegt u? Ik ben immers een vrouw. Moet u weten: ik kan 10 km gaan joggen – okay, 5 zal al meer dan genoeg zijn – of op een festival een hele dag op en neer springen, maar nee, pijn doen ze niet. De natuur heeft mij gezegend met een klein paar. Mijn borsten doen nooit pijn, behalve daar op die kasseiweg, dus dat zegt veel.

*Een thesis schrijven in een andere taal dan je eigen moedertaal is VERMOEIEND, dat geef ik jullie allemaal op een blaadje en nee, als ik kon herbeginnen, zou ik het niet opnieuw doen.
** Kijk-daar-dwarrelt-stof-naar-beneden gemixt met perfectionisme is een combinatie uit de hel. Zeg dat ik het gezegd heb.

Een greep uit het leven in thesisland

Writer’s block. U heeft er vast al van gehoord. De angst van het velletje papier dat maagdelijk wit voor je ligt. Of in dit geval, het overwegend witte scherm wanneer u een nieuw document opent in uw vertrouwde tekstverwerker. Ik dacht dat het mij nooit zo hard zou treffen, want schrijven, daar ben ik nogal goed in. Doorgaans, toch. Maar toen diende zich een onoverzienbare opdracht aan, die mij wel degelijk de stuipen op het lijf jaagt. Gaat door het leven onder namen als thesis, masterpaper et cetera. De horror onder studenten over het hele land (en de wereld, bij uitbreiding). Maar schrijven, daar ben ik goed in. Als het moet, rijg ik om vier uur ’s nachts de woorden aan elkaar tot klinkende volzinnen. Ja, ik heb menig nacht al schrijvend doorgebracht. Werkend aan één of andere paper -de ene al belangrijker dan de andere, en met meer of minder supporters aan de zijlijn. Omdat ik zoals zo vaak een erg riskante deadline-sprong aan het wagen was. Maar het is altijd gelukt. Tot nu dus. Meerdere dagen, weken, maanden heb ik naar een wit scherm zitten staren. Als alternatief, vlucht zeg maar, toverde ik mijn scherm vol internet-wetenschap. Facebook, YouTube, beauty- en modeblogs,… Nog wegvluchtend keek ik een serie of tien, las ik een boek, deed een dutje (slapen is de beste vlucht) of staarde ik naar een iets groter scherm dat à rato van 24 of 25 beelden per seconden uw huiskamer overspoelt. Ik zal er niet om liegen, de overheersende kleur van mijn word-document werd er niet zwarter op. Het bleef verdacht wit. Dagen lag hetzelfde uittreksel uit een of andere wetenschappelijke publicatie voor mijn neus. Ondertussen vloog er van alles door mijn hoofd. Dat ik een mislukking zou zijn, dat het toch niet kon dat ik mijn twee masterstudies zou opgeven op het randje van de eindmeet, dat ik er de rest van m’n leven spijt van zou hebben. Een maalstroom die me zou hebben meegetrokken tot in het centrum van de aarde, mocht hij gekund hebben. Die me desgevallend nogal in mezelf deed keren en gepikeerd deed reageren op alles, vooral op vragen met betrekking tot de thesis. Die me, nog meer dan anders, aan mezelf deed twijfelen. Tot ik besliste: gedaan ermee! Het is nog niet te laat (maar wel vijf voor twaalf). Dus zit er niets anders op dan door te zetten. Elke dag opnieuw te vechten tegen de verleiding van de vlucht. En, heel zachtjes, mijn vingers over het toetsenbord laten vliegen, aarzelend, voorzichtig, al maar sneller, tot ze het plezier van het schrijven terugvinden.

De schijnbare onoverkomelijkheid van een wit blad. Het ene al moeilijker dan het andere. Zoals dat van een thesis, bijvoorbeeld. Ik bijt erdoor.

Learning how to love me, pt. VIII

Learning how to love me, pt. VIII

De wondere wereld van een thesisstudent

Wanneer de temperaturen de hoogte in gaan (met of zonder zon, daar kan je in België nu eenmaal nooit zeker van zijn), durft een mens al eens een raam of deur open te zetten. In het huidige appartement én nieuwe huis van mijn moeder gaat dat helaas meestal zonder hor gepaard. U weet wel, die dingen die vliegen en ander (on)gedierte  buiten moeten houden. Dat is soms een beetje lastig, want gezien ik op den boerenbuiten woon en er soms koeien in mijn achtertuin staan, zijn er nogal wat vliegen. Het moet gezegd: doorgaans is het hier beter gesteld met die vliegen dan op een doorsnee scoutskamp  -of je dat nu in een stal of tent doorbrengt-, dus al bij al kan ik niet klagen. Mocht het nu ook bij die vliegen blijven, dan zou ik wijselijk mijn mond houden. Maar ook menig ander gevleugeld beest vindt zijn weg naar binnen. Ik heb vooral een probleem wanneer het zoemende gevleugelden betreft die ook over een steek-mechanisme beschikken: ik moet toegeven, ik ben als de dood voor bijen, wespen en meer van dat soort (zelfs al zorgen eerstgenoemden er voor dat ik menig fruitsoort op m’n bord krijg). Kan het mij wat schelen dat ik straks 26 word! Ik moet en zal weglopen als zij in de buurt zijn. Maar soit. Kevers, bijen, wespen, vliegen, vlinders: allemaal hebben ze één ding gemeen. Ze fladderen als gekken tegen het raam aan, want de weg naar buiten, hoe groot het gat ook, zijn ze kwijt. Als ik ze zo bezig zie, de wespen, vliegen en vlinders van deze wereld, denk ik soms: Zijn ze in paniek? Vliegen ze nu keer op keer tegen het raam aan, denkend: “Komaan [vul naam in] , kalmeer! KALMEER! Je kan het! Zoek die uitgang! Ik moet ze vinden, ik moet ze vinden! Oh nee, ik ben verloren, HELP! HELP! HELP”. Ik vraag me af of het niet  zou helpen om even te kalmeren, net zoals wij mensenkinderen. In en uit te ademen. Wat wespen, bijen en vliegen betreft: neen. Ze zetten zich even rustig op het raam, denken vast, “ER IS GEEN UITGANG!”. Kruipen even verder, “WAAR IS DIE UITGANG?!”. Paniek. Vervolgens klappen ze verwoed weer tegen het raam aan, zich niet bewust van het grote gat dat nog geen 10 cm verder gaapt. Maar net zag ik een vlinder. Als een gek tegen het raam aan het fladderen. Maar toen dacht ie duidelijk: “ZEN. Komaan, Firmin*. Je kan het. Kalmeer nu”. Hij vlijdde zich neer op het raamwerk en concentreerde zich op zijn ademhaling. Ik draaide me om, op zoek naar iets om de vlinder naar buiten te begeleiden. Maar tegen dat ik zo’n voorwerp gevonden had, was hij alweer verdwenen. Naar buiten. Of hoe ademhalingstechnieken wonderen kunnen verrichten. Als ik ze nu zelf nog onder de knie krijg, schrijf ik vast een fantastische thesis. U weze gewaarschuwd.

*Of hoe die vlinder zichzelf ook noemen mag.