Nutshell

We chase misprinted lies, we face the path of time
And yet I fight and yet I fight this battle all alone
No one to cry to, no place to call home

My gift of self is raped, my privacy is raked
And yet I find, yet I find repeating in my head
If I can’t be my own, I’d feel better dead

Alice in Chains is geweldig. Nutshell is een geweldig mooie song. En Ryan Adams maakt er zowaar een nog schonere cover van. Op een avond als deze, vol van blues, vult die schoonheid mij met een beetje geluk (duizend miljoen keer opnieuw).

Advertenties

Def Leppard

Het is weer zover. De gierende gitaren en lang, wild, zwierend mannenhaar. Ik heb zo mijn momenten. Altijd gehad, veronderstel ik – daarvoor verwijs ik graag naar mijn Bon Jovi fandom dat de kop opstak toen ik een jaar of 13 was. Wat later (nu ja, wat je later noemt: ik zat in het tweede of derde middelbaar en was om de één of andere reden in de ban van Metallica – Nothing Else Matters, naar ik aanneem) ondernam ik een tour d’horizon langs alle soorten hard rock en (voorlopers van) metal. Ik had een boek over Metallica waarin ik las over NWOBHM (voor de leken: New Wave Of British Heavy Metal) en meer van dat. Al die bands die daarin genoemd werden, een geheel onaangeboorde bron van nieuwe muziek! Dat kon ik niet aan mij voorbij laten gaan. Zo ben ik door een heel stuk van de voorraad Twisted Sister, Led Zeppelin, Def Leppard, Black Sabbath en consoorten van de bibliotheek gegaan – het internet was nog niet zo’n algeheel verspreid fenomeen, toen. Ik vond zelf een link met mijn papa, die mij wist te vertellen dat hij een aantal van die bands zelf luisterde in zijn wilde jaren. Vooraleer u een gat in de lucht springt in mijn plaats, vinyl-liefhebbende lezer, helaas: mijn papa had al zijn platen van dergelijk soort al weggegeven. En vooraleer zij die muziek graag in hokjes opdelen met hun ogen rollen: ik weet heus wel dat er een verschil is tussen pakweg Led Zeppelin en Bon Jovi. Dat hard rock en metal en glam metal bijlange niet hetzelfde zijn. Wat niet wegneemt dat ze ergens ook met elkaar verbonden zijn, hoe schandelijk u dat ook vinden mag. Zodoende: wanneer de gierende gitaren overheersen in mijn muzikale consumptie, staan zij allemaal broederlijk naast elkaar in mijn playlists. U mag dat heiligschennis noemen, wat mij betreft is het gewoon liefde voor muziek.

In ieder geval. Ik kwam indertijd na mijn tourtje uit waar ik begonnen was: grunge. Maar ergens is de liefde voor dat wilde haar en de gitaar nooit verdwenen, en al zeker niet wanneer de haren en de gitaren flirten met het theatrale. Mijn meer recentere opflakkeringen van dat vlammetje zijn een heel klein beetje de schuld van Supernatural. Beste begeleidende muziek ooit in een serie. De seizoensfinales beginnen steevast met Kansas, Creedence Clearwater Revival speelde al een belangrijke rol (en Bon Jovi ook!), Led Zeppelin is onlosmakelijk verbonden met één van de hoofdpersonages (zonder ooit een noot Led Zep te spelen… faut le faire!). Ah, de muziek die ik (her)ontdekt heb dankzij Supernatural… *droomt even weg* Wel ja, mijn algemene muzikale kennis wat bijgeschaaft, en waarom ook niet? 🙂 Meest recente herontdekking: Def Leppard.

Een awesome Supernatural moment, trouwens, die song (Youtube: Supernatural & Def Leppard en u vindt ‘m meteen). Meteen ook duidelijk de inspiratie voor de titel van die film, Rock of Ages, die ik om logische en overduidelijke redenen heel erg goed vind. Daar is ook een versie van volgende song van Def Leppard in te vinden (Tom Cruise als rockgod! Ik hou niet zo van Tom Cruise doorgaans, maar hij was wel overtuigend als rockdiva, ha!):

Zo weet u meteen wat voor soort muziek er dezer dagen uit de speakers van mijn auto knalt. En nu ter andere zake:

Learning how to love me, pt. XXXIV

Learning how to love me, pt. XXXIV

Guilty pleasures

Nu we toch bezig zijn. Er bestond al lang geen twijfel meer over hoe ik telkens opnieuw als een blok val voor all things Spanish. Enrique hier is daar geen uitzondering op – net als Shakira was hij ooit de perfecte easy listening om mijn Spaanse kennis wat op te krikken. Sindsdien altijd een guilty pleasure gebleven. Maar ik laat er mij zelden of nooit op betrappen ook in het Engels te luisteren – de liedjes die ik graag hoor zijn van zulk beggybeggy niveau dat ze alleen in het Spaans acceptabel zijn. Ik kan dat niet verklaren, maar ik heb een hoger tolerantieniveau voor dat soort dingen in het Spaans. Wat zeg ik, ik smelt gewoon waar ik als rechtgeaarde rock-aficionada gillend zou weglopen mocht ik hetzelfde horen in het Nederlands en/of Engels. Versta mij niet verkeerd, ook in het Spaans (en het Portugees) heb ik mijn grenzen – zo heb ik het nog steeds niet voor Iglesias Sr, bijvoorbeeld. Of Alejandro Sanz, om maar iets te zeggen. De grenzen liggen gewoon wat verder. Kan ik er aan doen dat ik dat simpelweg zo’n schone taal(en) vind? J’assume.

Conclusie: Spaans kan ik al niet weerstaan, maar gooi er nog eens Portugees bovenop en ik smelt helemaal. Het croonergehalte ten spijt, maar wanneer er sprake is van portunhol kan er helemaal niets meer baten. Deze zomer dus ook wel te horen door het open raam van mijn auto – ook dat wordt hier een constante.

Learning how to love me, pt. XXX

Learning how to love me, pt. XXX

Kleine update III

Voor zij die er nog steeds een WK-kater op zouden nahouden: geniet van Neymar die even opduikt. 😉 En nu voor echt: omdat het niet altijd Michel Telo moet zijn. En ik van dit liedje ook instant vrolijk word, zelfs al slaat de tekst op even weinig als die van Michel Telo. Omdat ik er – uiteraard – een even duivels plezier in vind dit door de speakers van mijn auto te knallen. En het Portugees (taal) is en Braziliaans (land), dat hoeft niet eens meer gezegd.

Learning how to love me, pt. XXIX

Learning how to love me, pt. XXIX

Kleine update II

En daar is alweer die liefde voor talen (of Portugees). Ik zou wel helemaal smelten. Deze is niet voor iedereen weggelegd (what the hell, de vorige ook niet, en de volgende ook niet). Omdat – nu ik eindelijk mijn rijbewijs heb en geen rekening hoef te houden met wie naast mij zit – ik er een duivels plezier in vind om dat liedje in de auto te luisteren. In de volle zon en voor het rode licht de ramen open zetten en de volumeknop tijdelijk open draaien: genieten.

Learning how to love me, pt. XXVIII

Learning how to love me, pt. XXVIII

Kleine update

Gewoon om even te laten weten dat ik nog leef. En nog steeds bezig ben. Maar dat masterpapers nu even al mijn tijd in beslag nemen. Dus snel een muziekje of twee waar ik vrolijk van wordt (meteen ook een kans om Learning how to love me – alweer – wat in te halen). Over twee (of drie) vliegen in een klap gesproken. In het Portugees, want hoe langer, hoe mooier ik die taal ga vinden. Vroeger vond ik ze zo hard klinken, omdat alle klinkers wel lijken ingeslikt – vooral dan bij het Portugees uit Portugal. Maar hoe langer, hoe meer ik me gewaar wordt van de zachtheid die onder dat stugge uiterlijk verscholen ligt. Noem het een ruwe bolster met blanke pit.

Learning how to love me, pt. XXVII

Learning how to love me, pt. XXVII

Kinderlijke vrolijkheid

Ze verschijnt aan de deur, aan de hand van haar mama. Glimlach bijna permanent op haar lippen, zeker als ze je net in de gaten krijgt, een blijk van herkenning – tenzij ze net wakker is. Dat is haar favoriete moment niet, namelijk. Dan hangt ze aan moeders rokken of vaders broek. Uberschattig vleit ze zich tegen hen aan terwijl ze weer tot de wereld komt. Een minuut of tien later ontpopt ze zich alweer tot haar vrolijke zelf. Guitig trekt ze naar haar speelgoedmand, vist er een dierenboekje uit. “Koe,” roept ze dan enthousiast. En nog harder “MIAUW!” -ze hebben thuis twee katten. Ze troont door het hele huis twee knuffels mee -Walter, een draak, van haar en Mr. Panda (what’s in a name?), een oude knuffel van mezelf. Ze kijkt smekend naar wie het dichtste in de buurt staat. Een blik die zegt “Ik wil in de schommelstoel, maar ik ben klein en de stoel is groot. HELP.” Genietend wiegt ze heen en weer. Ze kijkt ondeugend in het rond om te zien of iemand op haar let -alsof ze weet dat wat ze wil doen, onder de noemer “kattekwaad” zal vallen. Lachend gooit ze Mr. Panda op de grond. Walter volgt. Ze schatert. Als ik ze haar weer geef, herhaalt het tafereel zich. Ze wil uit de schommelstoel en een hap van dat tomaatje, wel nu direct, alsjeblief. Als haar neus vol snot hangt en je hebt het niet gezien, dan komt ze vrolijk lachend op je af, geeft je een knuffel en veegt intussen haar neus aan je kleren af. Als je iets doet dat tegen haar zin is, begint ze zachtjes te krijsen en gaat ze troost zoeken bij iemand anders -en slaat haar armen rond je nek alsof ze je nooit nog zal loslaten. Daarna gaat ze weer verder spelen. Ze kookt in miniatuur kookpotten en laat je enthousiast proeven. Blijven logeren is geen moeite. Als ze ’s ochtends denkt dat je nog slaapt, houdt ze zichzelf rustig bezig met de knuffels in haar bed. Tot ze je door heeft – dan gaat ze enthousiast rechtop staan, lacht en slaat vrolijke gilletjes. Net zo lang als je erover doet om haar uit bed te vissen. Ze aanvaardt vrolijk koekjes en ze wil ook die chips die je hebt uitgehaald. Maar met een tomaatje, druif, olijf of kappertje is ze ook altijd gelukkig. Zet je muziek op, dan beweegt ze ongecontroleerd mee. Het lijkt sterker dan haarzelf, een soort natuurkracht, alsof haar lichaam in haar plaats beslist dat het moet swingen – het ziet er een beetje uit als headbangen, soms. Ze vist een Duplo-tijger van tussen haar speelgoed en komt hem enthousiast aan je tonen. Als je gromt, stormt ze vervolgens al grommend heel het huis door. Ze lacht als je met haar meespeelt. Als ze ziet dat je droevig bent, vraagt ze, “pijn?” en geeft je een aai. “Kom,” wenkt ze je en ze troont je mee door de tuin, een hele nieuwe wereld die ze wil ontdekken. Maar soms komt ze gewoon naar je toelopen en steekt haar armen naar je uit. Ze legt haar hoofd tegen je schouder en geeft je een schouderklopje. Ze ziet je graag, zo simpel als dat voor een kind kan zijn. “Meter,” zegt ze, en ze kijkt naar mij. Nodeloos te zeggen dat ik gloei van trots en helemaal smelt. Ode aan mijn metekind.