Songbird, pt. XIV

Deze post ontdekte ik tussen mijn drafts. Eigenlijk was hij af en klaar om te publiceren, dus bij deze. Hij dateert uiteraard al van even geleden, van voor de vorige post zelfs nog. We schrijven circa april 2016. Hij begint al meteen met een kemel van een waarheid, en die kon ik niet laten liggen.

Ik ben hier altijd zo lang afwezig.

Na vijf maanden mis ik mijn oma nog elke dag. De gedachte dat ze er niet meer is, doet zo nu en dan mijn adem stokken. Ik kijk naar haar foto en glimlach, zeg dag, vertel haar in gedachten een kleinigheid. Ik gebruik haar handtas en wikkel me in de warmte van haar wollen trui. Ik schrijf met haar balpen en gebruik haar ring voor goed geluk. Het leven gaat door, en ik ook. Ik heb werk gezocht, en gevonden (tijdelijk), en ik zoek verder. Ik ploeter in de laatste thesis. Elke dag verzin ik een andere mogelijke richting die ik aan mijn carrière zou kunnen geven. Ik begin met Start to Run en geef op na drie keer. Ik zet de muziek in mijn auto te luid en geniet. Ik doe mee wanneer mijn metekindje enthousiast zegt, “Meter, we gaan tokken als een kip,” en met haar ellebogen wiekend de tuin door loopt. Ik kietel zachtjes mijn andere nichtje dat mij vanop mijn schoot lachend aankijkt. Ik lach mij een bult wanneer ik samen met mijn vriendinnen de meest onmogelijke tv programma’s bekijk, ga eten en shoppen enzo. Zo hoort het. What’s new? Nothing much.

Ik ging Learning How To Love Me hier afwerken, dus wordt het zo langzamerhand nog maar eens tijd om er eentje te posten. Vergezeld van een muziekje. Quite possible the greatest love song ever, of één van, voor het geval ik dat al eens gezegd heb van een liedje dat ik hier gepost heb. En niet eens in de vorm van een melige slow – die ik, in alle eerlijkheid, ook wel smaken kan, zo nu en dan. Heel simpel (en krachtig):

I want you for always
I hear your name in every word I say
I’m a fool and I don’t care
I hear your name in every word I say

Meer moet dat niet zijn, denk ik zo. Maal duizend, maal een miljoen, u kent het scenario wel intussen.

Learning how to love me, Pt. XLV

Learning how to love me, Pt. XLV

Advertenties

Songbird, pt. XIII

Op Instagram is mijn Learning How To Love Me project intussen afgelopen (ik heb vlotjes de 52 weken gehaald, en ik heb ook successen geboekt), maar op mijn blog loop ik hopeloos achter. En toch wil ik hier ook aan 52 geraken. Ik mag dan wel mijn originele blogdoelstelling niet gehaald hebben (een post per week), daar trek ik mij lekker niets van aan. Het belangrijkste heb ik namelijk wel gehaald: mezelf een beetje liever zien. En dus ga ik hier nog even door, gewoon, wanneer ik daar zin in heb of het me uitkomt.

Voor deze episode keer ik alweer terug naar mijn roots. Of toch de muzikale preferenties die ik had toen ik een jaar of 16 was. Mad Season, een zijproject van Layne Staley (Alice in Chains) samen met Mike McCready (Pearl Jam), Barrett Martin (Screaming Trees) en John Baker Saunders. Hallo, ja, ik kon niet anders dan dat goed vinden (de tijd heeft mij intussen bewezen dat ik het ook echt goed vind, en niet alleen maar omdat Layne Staley mee deed). In de Songbird categorie niet zozeer omwille van de lyrics (want meestal bijzonder droevig en tegenwoordig wil ik meer dan dat), maar gewoon omdat ik er zo veel van hou. Ik koos voor Long Gone Day, een collaboratie met Mark Lanegan, wat het allemaal nog fantastischer maakt. Ik vermoed dat ik het hier al ergens heb laten vallen, dat Lanegan zo’n rauwe, schrapende stem heeft waar ik van smelt.

Dus Long Gone Day in akoestische versie (zoals ik ook al gezegd heb, de préférence door iemand met net zo’n schurend stemgeluid)? Yes, please.

En dan nu de de eerste Learning How To Love Me sinds zo lang (met krullen enzo):

Learning how to love me, Pt. XLIV

Learning how to love me, Pt. XLIV

Nog eens Lynyrd Skynyrd

Omdat ik daar schijnbaar geen genoeg van krijgen, de laatste tijd. Staat helemaal bovenaan mijn verlanglijstje: hun eerste lp, (Pronounced ‘Lĕh-‘nérd ‘Skin-‘nérd). Een originele, één die echt uit 1973 stamt, dus. Dat ik nog als vinyl verzamelaar ga eindigen. Alsof al die cds nog niet genoeg waren.

Ik weet niet goed wat het is, maar ik moet dat hier dus elke dag opzetten. Ik heb Tuesday’s Gone eigenlijk al opgenomen in de Songbird reeks en dat zou voldoende moeten zijn. Maar ik zou er hele dagen naar kunnen luisteren en het zou nog niet genoeg zijn. Ik krijg zowaar vochtige ogen, af en toe (dat ligt natuurlijk aan het hoog pollen gehalte in de lucht dezer dagen). Ik wieg mee met de muziek en het troost, enzo.

Lynyrd Skynyrd is helaas ook synoniem voor vreselijke tragedie: 20 oktober 1977, een vliegtuigcrash. Drie bandleden, waaronder de zanger, overleven niet. Lynyrd stopt noodgedwongen maar hervat de tocht zo’n 10 jaar later, met de broer van de zanger als nieuwe vocale kracht. Hier en daar nog wat verschuivingen en toevoegingen, maar in essentie: ze staan er weer. Kan nooit hetzelfde zijn, dacht ik, laat ik maar nooit naar het Lynyrd Skynyrd van na 1987 luisteren. Nu blijkt natuurlijk dat niet alleen Ronnie Van Zant een prachtig stemgeluid heeft, maar dat zijn broer Johnny niet bepaald moet onderdoen. Ik heb me nog niet gewaagd aan een heus studioalbum van dat nieuwere Skynyrd, maar onderstaande live versie van Tuesday’s Gone raakt alvast de gevoelige snaren.

Het zijn vast die strijkers. En die stem. En die huilende gitaren (één van de redenen waarom de originele versie mij zo ontroert).

Learning how to love me, Pt. XL

Learning how to love me, Pt. XL

Songbird pt. XII

Ik keer terug naar Alice in Chains. Want met Mike Starr of Mike Inez, Layne Staley of William DuVall, in al hun vormen: ik kan er niet rond. Ik wou eigenlijk maar één liedje per band opnemen in Songbird, maar voor sommige bands moet een mens gewoon een uitzondering maken 😉

Een ode aan Layne Staley van het nieuwe Alice in Chains (met Elton John op de piano, als ik mij niet vergis). Dat idee alleen al maakt het de moeite waard. Een beetje een weemoedig en melancholisch sfeertje, maar, oh, zo schoon, waar mijn hart telkens weer een klein beetje van smelt.

Learning how to love me, pt. XXXVIII

Learning how to love me, pt. XXXVIII

Nutshell

We chase misprinted lies, we face the path of time
And yet I fight and yet I fight this battle all alone
No one to cry to, no place to call home

My gift of self is raped, my privacy is raked
And yet I find, yet I find repeating in my head
If I can’t be my own, I’d feel better dead

Alice in Chains is geweldig. Nutshell is een geweldig mooie song. En Ryan Adams maakt er zowaar een nog schonere cover van. Op een avond als deze, vol van blues, vult die schoonheid mij met een beetje geluk (duizend miljoen keer opnieuw).