Opa

Opa,

Wat een kranige man ben jij. Man van weinig woorden.

Hoe onlosmakelijk ben je verbonden met zoveel herinneringen uit mijn kindertijd.
Picknicken met de familie in het bos. Disneyland met de neven en nichten. Arcore met jou en oma.

De bezoekdagen op kamp bij de Scouts waarbij we altijd een heel pak snoep kregen (en ik altijd probeerde om een deel in mijn bagage te verstoppen ipv alles aan de leiding te geven). Parijs met jou en oma en Nonkel Jozef omdat ik te oud was voor Disneyland. Gelukkig, want zo had ik jullie helemaal voor mij alleen. Met anekdotes over mémé en de Moulin Rouge.

Hoe onlosmakelijk ben je verbonden met oma.
Al die woensdagnamiddagen die Line en ik bij jullie gesleten hebben. Al het lekkers dat oma voorzag. De “crème vanille” (al dan niet met rozijntjes) waar jij zo van kon smullen, nadat je mij wel tien keer “eeuwige kneveloare” genoemd had. Vlees kauwen kon ook zo lang duren…

Alle keren die je ons bent komen halen op school. Die keer toen je mij niet vond omdat ik een geheime gang was gaan verkennen. Of die keer toen ik ziek werd op de tram en je bij een bakker een glaasje water ging vragen zodat ik wat kon bekomen, voor we verder gingen richting Coghenlaan.

Opa, het kon al eens botsen tussen ons. De ruzie over of het nu wel of niet NONKEL Armand was, kent – denk ik – intussen de hele familie. Maar alleen wij begrepen van elkaar dat het een principiële kwestie was en dat we dus gewoon niet KONDEN toegeven. En het kwam ook altijd weer goed.

Hoe onlosmakelijk ben je verbonden met zoveel kleine dingen.
De West-Vlaamse rijmpjes toen we nog bij jou op schoot konden. Een sneetje kinderworst in de beenhouwerij. Alle tijd die we spendeerden in jouw bureau op het “opperste”, waar we de kasten al eens te luid lieten open vallen (maar wat was leuker dan dat?).
Hoe je mij met een eindeloos geduld leerde puzzelen: eerst de hoekjes en de kantjes, dan pas de rest.

Hoe je mij leerde dat eten ook echt genieten kan zijn. Toen je al in het ziekenhuis lag, lichtten je ogen nog op toen je hoorde dat Tante Cécile choucroute had gemaakt. Opa, ik wens jou daarboven, in goed gezelschap, een kip voor jou alleen.

Opa,

Wat een kranige man ben jij. Man van weinig woorden.

Geef oma een dikke knuffel van ons allemaal.
Zoals jij altijd afscheid nam: een kruisje, “God zegene u en bewaar u”.

Ik zie je graag,
je beste kind

*Door mijn zus en mezelf.

 

Opa, oma & kleine Saar op weg naar het kampbezoek bij kleine Line

Opa, oma & kleine Saar op weg naar het kampbezoek bij kleine Line

Advertenties

Een gedachte over “Opa

  1. Pingback: Brief aan mijn grootouders | Tales of a Tanglefish

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s