Songbird, pt. XIII

Op Instagram is mijn Learning How To Love Me project intussen afgelopen (ik heb vlotjes de 52 weken gehaald, en ik heb ook successen geboekt), maar op mijn blog loop ik hopeloos achter. En toch wil ik hier ook aan 52 geraken. Ik mag dan wel mijn originele blogdoelstelling niet gehaald hebben (een post per week), daar trek ik mij lekker niets van aan. Het belangrijkste heb ik namelijk wel gehaald: mezelf een beetje liever zien. En dus ga ik hier nog even door, gewoon, wanneer ik daar zin in heb of het me uitkomt.

Voor deze episode keer ik alweer terug naar mijn roots. Of toch de muzikale preferenties die ik had toen ik een jaar of 16 was. Mad Season, een zijproject van Layne Staley (Alice in Chains) samen met Mike McCready (Pearl Jam), Barrett Martin (Screaming Trees) en John Baker Saunders. Hallo, ja, ik kon niet anders dan dat goed vinden (de tijd heeft mij intussen bewezen dat ik het ook echt goed vind, en niet alleen maar omdat Layne Staley mee deed). In de Songbird categorie niet zozeer omwille van de lyrics (want meestal bijzonder droevig en tegenwoordig wil ik meer dan dat), maar gewoon omdat ik er zo veel van hou. Ik koos voor Long Gone Day, een collaboratie met Mark Lanegan, wat het allemaal nog fantastischer maakt. Ik vermoed dat ik het hier al ergens heb laten vallen, dat Lanegan zo’n rauwe, schrapende stem heeft waar ik van smelt.

Dus Long Gone Day in akoestische versie (zoals ik ook al gezegd heb, de préférence door iemand met net zo’n schurend stemgeluid)? Yes, please.

En dan nu de de eerste Learning How To Love Me sinds zo lang (met krullen enzo):

Learning how to love me, Pt. XLIV

Learning how to love me, Pt. XLIV

Het is oorlog in mijn hoofd

Soms ga ik mee met mijn mama naar haar werk. Kwestie van een beetje geconcentreerd door te kunnen werken aan mijn thesis, want kijk-daar-dwarrelt-stof-naar-beneden. Ik ben gemakkelijk afgeleid. Understatement of the year, I mean, century, or better yet: millenium. Bij mama op het bureau gaat dat iets beter, want: sociale controle enzo (en praktisch geen internet, want, zo blijkt, het internet is niet altijd een zegen voor mensen besmet die lijden aan kijk-daar-dwarrelt-stof-naar-beneden). In het Engels (en andere talen) bestaat daar een prachtig woord voor: procrastinate, ofte: talmen, uitstellen. Verschrikkelijk om uit te spreken, maar ja: waarom vandaag doen wat je ook morgen kan doen? Ik begin elke dag met de beste intenties. Ik werk braaf en geconcentreerd aan mijn thesis, maar wacht, hoe zeg je dit of dat ook alweer in het Spaans*? Moet daar dan een subjuntivo of een indicativo bij dat werkwoord? Even opzoeken op het internet en kijk daar, FACEBOOK! Een link naar een blog die ik volg en kijk daar, een comment van iemand wiens blog ik wou volgen maar vergeten ben. Kijk, dat moet ik allemaal nog lezen en kijk een link naar Pinterest en WAUW DAT IS EEN SCHONE KLOK DIE MOET IK HEBBEN. Start internetzoektocht om op te sporen waar het ding vandaan komt en oh, ik moest eigenlijk gewoon weten of “parecer que” gevolgd wordt door een werkwood in subjuntivo of indicativo. Terug naar de orde van de dag, dan maar. Ik schrijf weer even verder en oh, wacht, ik heb een idee voor een stukje op mijn blog. Open OneNote en schrijf. Verdrink in de andere ideeën die daar ook staan en herlees alles en oh, wacht, ik moet eigenlijk aan mijn thesis werken. Maar had deze of gene persoon niet iets gezegd over…? Bon, die thesis. Maar how in hell druk ik dat woord met alle juiste nuances uit in het Spaans**? Zoektocht door alle mogelijke digitale woordenboeken. Zucht, ik heb een pauze/onderbreking/verzetje nodig (perfect uitgedrukt in het Engelse break, maar dat terzijde, want na jaren dagboeken in soms erbarmelijk Engels probeer ik nu bloggen in het Nederlands). Pauze dus. Spelletje op de gsm. Thesis en oh, ja, ik moet een mail sturen want ik ga niet naar de Portugese/Spaanse les en SAAR! THESIS!!!!!!! Een beetje muziek zal mijn concentratievermogen misschien helpen, wat wil ik luisteren, hmmm…. Het volume moet precies op vijf (of een ander veelvoud van vijf, liefst eindigt op vijf en niet op nul) staan en SAAR THE-SIS THE-SIS THE-SIS VERDOMME THESIS. Vermenigvuldig dat maal duizend en vervang door/vul aan met duizend andere dingen en u hebt misschien een idee van hoe mijn dagen eruit zien. Een mens zou er moe van worden.

Nee, meegaan met mijn mama is een goed alternatief om aan die routine te ontsnappen. Met een beetje geluk krijg ik meer gedaan dan thuis (waar ik anders toch ook alleen zit. Om zot van te worden). Er zijn natuurlijk ook wel enkele nadelen aan verbonden, maar ach, die neem ik erbij. Vroeg opstaan bijvoorbeeld. In wat voor mij aanvoelt als het midden van de nacht. Want ik wil rustig douchen en beslissen wat ik ga aandoen. Ik word daar wakker van en kan de wereld dan een beetje beter aan (ik heb zo al genoeg ochtendchagrijn ’s morgens). Maar meer nog als we terugkomen, want ja, ik ging eigenlijk een blogpost schrijven over een straat. Een straat in de buurt van mijn mama haar werk. Een kasseiweg. Helemaal verzakt. Maar echt helemaal. Er met de auto over rijden is als een cocktail shaken – of beter: een cocktail die geshaket wordt. Ik word elke keer zo hard dooreengeschud dat mijn borsten er pijn van doen. Normaal, zegt u? Ik ben immers een vrouw. Moet u weten: ik kan 10 km gaan joggen – okay, 5 zal al meer dan genoeg zijn – of op een festival een hele dag op en neer springen, maar nee, pijn doen ze niet. De natuur heeft mij gezegend met een klein paar. Mijn borsten doen nooit pijn, behalve daar op die kasseiweg, dus dat zegt veel.

*Een thesis schrijven in een andere taal dan je eigen moedertaal is VERMOEIEND, dat geef ik jullie allemaal op een blaadje en nee, als ik kon herbeginnen, zou ik het niet opnieuw doen.
** Kijk-daar-dwarrelt-stof-naar-beneden gemixt met perfectionisme is een combinatie uit de hel. Zeg dat ik het gezegd heb.