Geef mij nog wat wijn

Het was gisteren zo’n troosteloze dag. Eergisteren ook. En hoewel de weerman voor vandaag beterschap beloofd heeft, is de hemel van een grijs waar je bedroefd van wordt. Het miezert en het ziet er niet meteen naar uit dat het snel beter wordt. Wat is er beter dan een gedicht van een troosteloze schoonheid op zo’n troosteloze dag? Niet veel, naar mijn inzien. Gisteren bladerde ik door een tweetalig gedichtenboek van Fernando Pessoa, met de originele gedichten en vertalingen van August Willemsen. Een boek van mijn zus (wat zou ik zonder haar verloren zijn op literair vlak), geleend om mijn Portugees te oefenen. En wonderwel versta ik veel. Niet alles, maar veel: meer dan ik voor mogelijk hield. Een gedachte waar mijn hart van opwarmt. Er is niet veel dat mij dierbaarder is dan dat gevoel: een taal leren beheersen, stap voor stap, en beseffen dat je misschien al verder staat dan je dacht. En toen kwam ik bij dat gedicht waaruit dat ene zinnetje komt, dat al zo lang door mijn hoofd spookt. Dat ik ooit op school (in het Portugees) op een conversatiebriefje schreef, dat vervolgens door de leerkracht onderschept werd. Ze dacht mij wel eens een lesje te leren, schreef het zinnetje opnieuw (in het Spaans) op en zei met triomfantelijke glimlach, “Als je dan toch in een andere taal schrijft, schrijf het dan juist.” Ik was zo verbouwereerd dat ik niet kon reageren voor ze de klas uit was. Mijn zus had het nog zo juist voor me opgeschreven (in het Portugees). Ik kon het de leerkracht niet kwalijk nemen dat ze die taal niet machtig was (ikzelf voor het overige ook niet). Het was toen dat ik mijn eerste lessen Spaans volgde en dus kon identificeren dat zij Portugees voor Spaans met haar op had aangenomen. Hoe kon ze? Niet dat Spaans niet schoon is, integendeel, het is de taal van mijn leven. Maar Portugees heeft zijn eigen schoonheid, en hoe langer, hoe meer ik ze zie. Ik liet het varen, in mijn hoofd triomferend.

Nu ik zoveel jaren later de taal van Pessoa machtig(er) ben, genoot ik met volle teugen van de klanken en het ritme. Ik proefde ze haast. De troosteloosheid van de wereld buiten. De warmte van het haardvuur. En misschien begreep ik plots wat mijn vader en zus zo aanspreekt (of aansprak) in dat gedicht, los van dat ene laatste zinnetje dat ook mij al zo lang in zijn greep had. Het leest zo (en verder naar beneden ook in Willemsens schitterende vertaling, dat mag gezegd):

Há doenças piores que as doenças,
Há dores que não doem, nem na alma
Mas que são dolorosas mais que as outras,
Há angústias sonhadas mais reais
Que as que a vida nos traz, há sensações
Sentidas só com imaginá-las
Que são mais nossas do que a própria vida.
Há tanta cousa que, sem existir,
Existe, existe demoradamente,
E demoradamente é nossa e nós…
Por sobre o verdo turvo do amplio rio
Os circunflexos brancos das gaivotas…
Por sobre a alma o adejar inútil
Do que não foi, nem pôde ser, e é tudo.

Dá-me mais vinho, porque a vida é nada.

En Willemsen maakt daar zo grandioos van (als vertaler in spe kan ik het niet nalaten te wijzen op een mijn inziens schitterend resultaat):

Er zijn ziekten erger dan ziekten,
Er zijn pijnen die geen pijn doen, zelfs niet in de ziel,
Maar pijnlijker zijn dan alle andere.
Er zijn gedroomde angsten, werk’lijker
Dan die welke het leven met zich brengt, er zijn gevoelens
Die men voelt alleen door ze te denken
En meer de onze zijn dan ’t leven zelf.
Er zijn zovele dingen die, zonder bestaan,
Bestaan, die tergend traag bestaan
En tergend traag de onze zijn, de onze en onszelf…
Boven het troebel groen van de brede rivier
De witte circumflexen van de meeuwen…
Boven de ziel de nutteloze wiekslag
Van wat niet was, ook niet kon zijn, en alles is.

Geef mij nog wat wat wijn, want het leven is niets.

Gelukkig is het niet altijd zo troosteloos. Mijn praktisch rijexamen is met succes afgelegd, nu nog die thesis(sen) en de zon misschien, maar ik kom er wel. Zelfs een troosteloze glimlach is een glimlach.

Learning how to love me, pt. XXV

Learning how to love me, pt. XXV

Advertenties

2 thoughts on “Geef mij nog wat wijn

  1. Dat gedicht is niet zo troosteloos als je denkt: Van wat niet was, ook niet kon zijn, en alles is. Maw: wat er niet is, is er ergens ook wel. Geef mij nog wat wat wijn, want het leven is niets. Maw: het leven is tegelijk ook alles.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s