Songbird pt. V

Anywhere I Lay My Head van Tom Waits. Want: die stem. Dat gekraak. Daar kan weinig tegen op. Duizend miljoen keer opnieuw.

Ik heb het al opgegeven om officiële video’s te zoeken, want klaarblijkelijk zijn die meest fantastische liedjes niet beperkt tot liedjes die ooit als singles met een bijhorend clipje uitgebracht zijn. En klaarblijkelijk heb ik een voorkeur voor liedjes die zich afspelen onderweg, of op weg naar dat onderweg zijn. Oh, well.

Now the clouds covered everything o’er and the wind is blowing cold
I don’t need anybody because I learned, I learned to be alone
I said anywhere, anywhere, anywhere I lay my head,
I’m gonna call my home

Tom Waits klinkt aartslelijk rauw en krakend en pijnlijk en dat maakt het allemaal zo schoon.

Learning how to love me, pt. XXII

Learning how to love me, pt. XXII

Advertenties

Songbird pt. IV

Lynyrd Skynyrd. Jaren ben ik ervan overtuigd geweest dat zij onder de noemer “heavy metal” vielen. Om de één of andere reden vereenzelfdigde ik ze met ZZ Top, die mannen met lange baarden. U kan dat een serieuze misvatting vinden. Sweet Home Alabama of Gimme All Your Lovin’ kan je inderdaad bezwaarlijk heel erg “heavy” noemen. Ter mijner zwakke verdediging: dat zijn beiden zo van die liedjes die zo’n deel uitmaken van het gemeengoed, dat je amper weet wie ze zingt. Ik heb het jaren niet geweten, en toen ik er wel achter kwam -verbazing alom – vergat ik het nog keer op keer. Die baarden, die zagen er in mijn kinderogen nogal vervaarlijk uit. Maar kijk, toen kwam Supernatural in mijn leven. De broers Winchester worden daarin vergezeld van een fantastische soundtrack – zeker in de eerste seizoenen. Creedence Clearwater Revival, Allman Brothers Band, Kansas (seizoensfinales!), zelfs Bon Jovi!  “Bon Jovi rocks… On occasion” -dixit Dean Winchester. En Dean Winchester kan het weten, want hij heeft het voor het betere gitaarwerk. Ik zal er eerlijk over zijn: ik hou evenveel of meer van nummers waarin de elektrische gitaren verstillen of vervangen worden door hun akoestische broertjes en ik ben helemaal niet vies van hier een daar een popnummer. Zelfs reggaeton (oh, horror) kan mij bij tijd en wijlen bekoren -vooral wannneer ik ga lopen. Echte heavy metal daarentegen kan ik niet zo goed hebben. Muziek is nu eenmaal emotioneel en daarom uiterst persoonlijk. Maar wanneer ik gierende gitaren hoor, heb ik altijd een gevoel van thuiskomen. De Supernatural soundtrack dus: menig muzikale ontdekking. Zoals daar is: Lynyrd Skynyrd.

Ik kon niet goed kiezen: Tuesday’s Gone of Comin’ Home. Beiden over rondzwerven. Het ene over vertrekken, het andere over thuiskomen.Uiteindelijk kon ik alleen maar het eerste kiezen.

Train roll on down the line,
Won’t you please take me far away?
Now I feel the wind blow outside my door,
Means I’m leaving my woman at home
Tuesday’s gone with the wind
My baby’s gone with the wind
[…]
Train roll on many miles from my home,
See, I’m riding my blues away
Tuesday, you see, she had to be free
But somehow I’ve got to carry on
Tuesday’s gone with the wind
My baby’s gone with the wind

Dat nostalgische sfeertje dat in heel dat nummer hangt. Ik word er zo weemoedig van. Maar het straalt tegelijk een soort warmte en geborgenheid uit. Ik kan er blijven van genieten.

Learning how to love me, pt. XXI

Learning how to love me, pt. XXI

Voetballand

Wij, Belgen, lijken nooit méér een land dan wanneer onze nationale voetbalploeg wint. We zijn klein en doorgaans niet zo patriotistisch. We leven in een ingewikkeld land. Zijn onderverdeeld in verschillende bestuurlijke niveau’s, naar gelang waar we wonen en welke taal we spreken. We hebben meer regeringen dan een mens lijkt bij te kunnen houden. Maar op papier zijn we één land. En toch voel ik mij nauwelijks “Belg”. Neen, dat is het niet. Ik voel me wél “Belg”, maar ik ben er nauwelijks trots op. We hebben partijen die ons land willen splitsen, omdat we elkaar niet altijd verstaan -taalbarrières, vermoedelijk (mocht die splitsing er ooit komen, trouwens, dan vraag ik in een ander Europees land asiel aan. Ik ben Belg en ik ben Europees, dus wanneer die realiteit ophoudt met te bestaan, moet ik uitwijken). Gelukkig lijkt het draagvlak voor een splitsing niet al te groot. De mens in de straat lijkt er niet wakker van te liggen. De mens in de straat heeft geen probleem met zijn/haar anderstalige landgenoten.

En toch kan je in praktijk een – al dan niet artificiële – kloof voelen. Dat bedroeft me. In werkelijkheid is dat een persoonlijk aanvoelen. Wat ik zeg berust niet op wetenschappelijke feiten, maar op een subjectief gevoel – soms is dat genoeg om de realiteit waar je dagelijks tegen aan kijkt, te kleuren (kan u me van het tegendeel overtuigen, dan hoor ik dat graag. Het zou naar mijn gevoel betekenen dat het beter gesteld is met de eenheid van mijn land dan ik vermoedde, en zoals u begrijpt, er is niet veel dat ik liever wil). Het hangt allemaal af van de taal waarin je zoekt. Luisteren we naar de radio, maakt die meestal enkel melding van de verkeersproblemen in één van de twee landsdelen. Zoeken we nieuws, dan spitst ook dat zich vooral toe op één van die twee landsdelen. In tv-programma’s gaan we op zoek naar talenten, maar ook daar vissen we vooral in slechts één deel van de poel (maar -wat Vlaanderen betreft- we kunnen wel samenwerken met Nederland). En dan heb ik het voor het gemak nog niet eens over Brussel of over de Duitstalige gemeenschap -want die lijken er op de één of andere manier altijd tussenuit te vallen, en als er toch al eens over gediscussieerd wordt, bekruipt me een gevoel van bevreemding.

Niet toevallig lijken al die ongeschreven regels doorbroken te worden als het over onze nationale voetbalploeg gaat. Eénheid troef. Spelers die onderling dikke vriendjes zijn, bijvoorbeeld. Een strenge, maar rechtvaardige coach, die -samen met zijn technische ploeg- als een herder over zijn schapen waakt, bijvoorbeeld. Een eigen docu, op Vlaamse én Waalse openbare omroep, bijvoorbeeld. Fans die – ongeacht hun afkomst – als één blok achter hun nationale ploeg staan. De twaalfde man, inderdaad. Het is niet altijd zo geweest. Ergens in de laatste vijf tot tien jaar is het weer omgeslaan. De Duiveluitdagingen hebben hun doel niet gemist. Grandioze zet. We staan met z’n allen weer achter “onze” mannen. Misschien is het niet zo proper om te zeggen, maar ik ben nooit trotser op mijn Belgische nationaliteit dan wanneer de Rode Duivels spelen. En ik heb het idee dat ik niet alleen ben. Wij Belgen zijn niet zo patriotistisch, maar wanneer onze nationale voetbalploeg speelt, lijkt ons land te worden ondergedompeld in een golf van eenheid en trots. En dat mag wel eens. Dus, als het over Duivels gaat, dan word ook ik enthousiast -voor de rest heb ik geen verstand van voetbal, maar dat geeft niet zo.

Stromae levert de hymne. Natuurlijk zijn er, zoals dat gaat in talige aangelegenheden in ons land, voor- en tegenstanders. Enkel Frans, morden die laatsten. Een storm – gelukkig slechts in een glas water –  werd ontketend. Ik vraag me af waar dat voor nodig is. Niet alle duivels zijn even tweetalig, maar daar hoor ik geen kat over (gelukkig maar). Stromae spreekt wereldwijd een breed publiek aan. Niemand die zich druk maakt om de taal waarin hij zingt. Waarom zouden wij -nota bene in ons eigen land, over een doodgewone landgenoot- dat dan wel moeten doen? De kracht van muziek ligt in het doorbreken van die grenzen. Stromae die succes heeft, dat is goed. Niet voor niets groeit mijn trots op mijn Belgische nationaliteit wanneer een andere Belg in het buitenland sucessen boekt. Stromae zingt gewoon. Toevallig in het Frans. Meer Belgisch kan het niet wezen.

We spreken hier meerdere talen. Dat zorgt al eens voor problemen. Maar eigenlijk is er niets leuker dan je dagelijks kunnen begeven op een meertalig speelterrein, ook al is dat niet altijd zo makkelijk. Vermoeiend, zelfs. We zijn een klein land. En toch zullen we vertegenwoordigd zijn op zo’n groot kampioenschap als het WK -groter dan dat komen ze niet. Dat is alleen maar schoon, toch? Dus kunnen we nu met z’n allen – media, politici, ik kijk naar jullie – een beetje minder focussen op al die aparte delen en een beetje meer op het geheel? Als het voor onze nationale voetbalploeg is, lukt het ons perfect. Laat ons het daarbuiten ook waarmaken. Een beetje meer patriotisme en eenheid zou ons niet mistaan.

Songbird pt. III

(Omdat de Learning How To Love Me hier op mijn blog een paar weken achter staat -op Instagram zit ik al aan pt XXIII- dacht ik dat het geen kwaad kon twee postjes op een avond te doen, aan inspiratie voor de Songbird reeks ontbreekt het me absoluut niet).

Ik las ooit eens een quote van iemand (ik weet niet meer waar en ook niet meer van wie), die zei dat een liedje deel van jezelf wordt als je het 20 keer beluisterd hebt. Dat betekent dat je na die 20 keer niet meer naar dat liedje hoeft te luisteren opdat het toch voor altijd in je hart blijft zitten. Nu denk ik dat het “luisteren naar” daarbij nogal belangrijk is. Je kan een liedje 20 keer horen, zonder dat het een deel van jezelf wordt. Als je er 20 keer naar luistert, dan denk ik wel dat het voor altijd in je hart blijft zitten. Of misschien moet ik op deze manier differentiëren: sommige liedjes ben je na 20 keer beu, en kan je nooit van je leven meer smaken. Andere liedjes kan je een miljoen keer horen en ben je nog niet beu. Zoals daar is: Brother van Alice in Chains.

In al zijn versies beklijvend, wat mij betreft. Maar in de MTV Unplugged versie nog het meest.

Pictures in a box at home
Yellowing and green with mold
So I can barely see your face
Wonder how that color tastes

You were always so far away
I know the way so don’t you run away
Like you used to do

Dat ene stukje waar Layne Staley en Jerry Cantrell a capella zingen. Daar doe ik het voor.

Learning how to love me, pt. XX

Learning how to love me, pt. XX

Songbird pt. II

I Am the Highway van Audioslave. Meer nog in zanger Chris Cornell’s akoestische versie, die op zijn -volledig akoestisch- album Songbook staat. Nog zo’n liedje waarvan mijn knieën zouden gaan knikken en de storm in mijn hoofd zou gaan liggen en mijn hart zou smelten -vooral als die iemand die het zingt, hetzelfde soort stem als Chris Cornell bezit. Ik kan het niet helpen, ik val gewoon als een blok voor dat soort krakende, rauwe stemmen. Vooral in akoestische setting. Ik hou best wel van Soundgarden -maar zij vervallen in het niets naast die andere grungehelden Alice in Chains en Pearl Jam. Ik heb Audioslave’s eerste helemaal grijsgedraaid toen die uitkwam -ik zat in het vierde middelbaar en sleurde die cd overal mee naar toe, ook al stond de cd ook op mijn eerste mp3-speler (32mb). Maar Chris Cornell raakt me nog het meest akoestisch. Ik ga wel vaker overkop voor akoestisch, moest u dat nog niet weten, dan zal dat de komende weken zeker nog blijken.

Nooit een officiële single geweest natuurlijk (dus geen tof clipje), maar dit gaat ook. Goed om je gewoon te laten overspoelen door die stem.

Nu is I Am the Highway altijd al mijn favoriete Audioslave song geweest, dus het mag niet verbazen dat het ook mijn favoriete song van Songbook is. En wel hierom:

Friends and liars don’t wait for me
‘Cause I’ll get on all by myself
I put millions of miles under my heels
And still too close to you I feel

I am not your rolling wheels, I am the highway
I am not your carpet ride, I am the sky
I am not your blowing wind, I am the lightning
I am not your autumn moon, I am the night

Vraag mij eigenlijk niet waarom. Ik weet het niet. Voor die enkele zinnetjes spoel ik met plezier terug. Keer op keer.

Learning how to love me, pt. XIX

Learning how to love me, pt. XIX

Songbird pt. I

Er zijn zo van die liedjes. Waar mijn knieën van zouden gaan knikken. Waar de storm in mijn hoofd voor zou gaan liggen. Waar mijn hart van zou smelten als iemand ze akoestisch voor me speelde.

I’ll Be Here in the Morning van Townes Van Zandt, bijvoorbeeld. Kan ik een miljoen keer beluisteren. En dan gewoon opnieuw beginnen.

There’s no stronger wind than the one that blows down a lonesome railroad line
No prettier sight than looking back on a town you left behind
But there is nothin’ that’s as real as a love that’s in my mind

Close your eyes, I’ll be here in the morning
Close your eyes, I’ll be here for a while

There’s lots of things along the road I’d surely like to see
I’d like to lean into the wind and tell myself I’m free
But your softest whisper’s louder than the highways call to me

Close your eyes, I’ll be here in the morning
Close your eyes, I’ll be here for a while

All the mountains and the rivers and the valleys can’t compare
To your blue lit dancin’ eyes, your yellow shining hair
I could never hit the open road and leave you lyin’ there

Close your eyes, I’ll be here in the morning
Close your eyes, I’ll be here for a while

Lay your head back easy, love, close your cryin’ eyes
I’ll be layin’ here beside you when the sun comes on the rise
I’ll stay as long as the cuckoo wails and the lonesome bluejay flies

Close your eyes, I’ll be here in the morning
Close your eyes, I’ll be here for a while

Dat zegt gewoon alles. Over de drang om te zwerven en de roep van de liefde en hoe zij zich tot elkaar verhouden, maar daarom niet voor eeuwig.

U kunt er donder op zeggen: er zijn nog zo van die liedjes. En ik zal ze nog wel posten ook. Maar beginnen moest ik gewoon met good old Townes – staat met stip bovenaan dat lijstje, denk ik.

Learning how to love me, pt. XVIII

Learning how to love me, pt. XVIII

PS. Ik heb besloten om de Learning How To Love Me’s maar te voorzien van een muziekje. Gezien ik daar anders toch maar over blijf doordrammen. The way to my heart is through music. Dat mag duidelijk wezen. Ik werk nog aan wat andere stukjes, die hier ook nog wel zullen verschijnen, zo nu en dan, tussendoor.

Bongoli voor de vrienden

Ik ga nog even door met op muziek terugvallen. Deze week een wat mindere week (vechtend tegen een keelbacterie/-virus).

Om een mij onbekende reden mis ik de dagen dat ik mijn eerste cdspeler op mijn bed zette en er in foetushouding rond ging liggen. Zodat de muziek het even rustig kon overnemen. Buikgevoel, ofzo.

Dat gevoel valt niet echt meer te evenaren. Mijn huidige cdspeler is te groot. Uit de speakers van mijn laptop komt niet echt het beste geluid (buzz killer). Met simpele earphones bereik je niet echt hetzelfde effect. Dus heb ik er nu niets beter op gevonden dan mijn laptop aan te sluiten op uitwendige speakers (en die naar mezelf te richten), maar ook de headphones op mijn hoofd zijn ingeplugd. Vanzelfsprekend: volume te luid. Music on, world off. Sterero sound.

Dus:

Omdat Bon Jovi toen wel dé band was die mij in de allerdonkerste bossen en krochten in mijn hoofd terug kon vinden. Omdat These Days het album was dat me altijd wel enige troost kon bieden. Omdat Something for the Pain toch wel één van mijn favorieten was – en er ook een officiële video van bestaat, uiteraard.

Ik had hier net zo goed één van die verschrikkelijke draken van tearjerkers kunnen kiezen -Bed of Roses, I’ll Be There For You, In These Arms of Always – beggybeggy nummers, zoals wij dat thuis liefkozend noemden. En alle andere Bon Jovi songs, eigenlijk. Ik moet daar niet onnozel over doen: ze doen het nog altijd. Ik heb ze liefgehad en vervolgens weer verworpen (als geloofwaardige grunge fan is het niet cool om ook Bon Jovi goed te vinden. Oh, ironie – hint: de video hierboven), om uiteindelijk toch altijd weer bij af te eindigen. Ik heb geleerd dat het nog veel cooler is als je zomaar zonder grenzen en zorgen kan luisteren naar wat je wil. Mama, papa, zus: jullie ergernissen ten spijt, maar ik denk niet dat het ooit nog zal veranderen. Het Bongoli monster laat mij nooit nog los.

Learning how to love me, pt. XVII

Learning how to love me, pt. XVII