Leven na je 27ste

Vorige week zou Kurt Cobain 47 jaar geworden zijn. Als hij niet dood was, tenminste. Vroeger zou ik dat nooit zomaar voorbij hebben laten gaan, maar mijn obsessie met de grungeheld is door de jaren heen van aard veranderd. In die mate dat ik mij van geen kwaad bewust was. Tot Siska (Schoeters, ik word nog elke dag wakker met StuBru -een gewoonte die uit dezelfde periode als mijn obsessie met dode muziekgrootheden stamt) me erop attent maakte dat ze bij StuBru, Cobain niet vergeten waren. Ik schrok. Omdat ik tot de constatatie kwam dat Cobain 20 jaar dood is. En dat dat lang is, en ik me prompt een beetje oud voelde. Want Cobain was 20 jaar ouder dan ik en dus is hij nooit ouder geworden dan 27, de leeftijd die ik dit jaar zelf bereik. StuBru draaide About a Girl, en, natuurlijk, ik wilde meer. Ik heb, geloof ik, drie vierde van de dag Unplugged in New York beluisterd. Vroeger vond ik dat een verwoestende plaat. Verwoestend mooi, dat wel. Mijn hoofd was dan vaker wel dan niet een weerspiegeling van die gevoelens: alsof er een storm doorheen geraasd was, een spoor van vernieling achterlatend. Obsessie. Kwaad dat Cobain er niet meer was. Maar nu daalde er enkel een soort vrede neer. Blij dat Cobain misschien eindelijk rust gevonden heeft, of in ieder geval verlost is van de pijnen en angsten die hem hier zo kwelden. Hij was 27 en opgebrand, had toch al wat bereikt, maar geen rust gevonden. En het daagde me:  dat heb ik al die tijd als een zwaard van Damocles boven mij laten hangen (verkeerde idolen gekozen, zeker, wie spiegelt er zich nu eigenlijk aan mensen die zo jong en op zo’n manier sterven? Ik dus. Obsessie). In gedachten knipte ik dat zijden draadje door en ving het zwaard op. Ik glimlachte. Want mijn eigen leven, het lijkt net te beginnen. Diploma, rijbewijs en mezelf graag zien. Dat idee alleen al brengt een soort rust. Een hele tijd heb ik daar schaapachtig staan glimlachen naar niets of niemand in het bijzonder. Nirvana speelde door vanuit New York, door de tijd heen. En in mijn hoofd? De laatste druppels van een onweer vielen, de zon brak door de wolken en ik kon de regenboog aan de horizon al voelen en de geur van het voorbije onweer proeven.

En daar past deel X van Learning how to love me, recht uit bed, perfect bij.

Tot de volgende (en ik herhaal: op een voortdurende zonneschijn!).

Learning how to love me, pt. X

Learning how to love me, pt. X

Want dat mag ook eens

Ik herhaal: gitaren en zwierend haar, ik heb er een zwak voor, en wel in al zijn vormen. Ook als het de theatrale vorm betreft (zoals daar is vandaag: Asia). Van die zalige anthems verschijnen immers in alle vormen. Geweldige meezingers, die af en toe een klein bommetje doen ontploffen in je borstholte. Dan ga ik mij echt geen zorgen lopen maken over het feit dat Asia misschien niet de band is die daarbuiten het meest serieus genomen wordt. Doe mij wat, want:

Today I’m strong enough
& anyway I love the rain

Days like these I feel like I can change the world

En weet je wat? Dat mag ook eens, zo, je aan het andere eind van het gevoelsspectrum bevinden. Ik juich het alleen maar toe. Op meer van die dagen!

Learning how to love me, pt. IX

Learning how to love me, pt. IX

Een greep uit het leven in thesisland

Writer’s block. U heeft er vast al van gehoord. De angst van het velletje papier dat maagdelijk wit voor je ligt. Of in dit geval, het overwegend witte scherm wanneer u een nieuw document opent in uw vertrouwde tekstverwerker. Ik dacht dat het mij nooit zo hard zou treffen, want schrijven, daar ben ik nogal goed in. Doorgaans, toch. Maar toen diende zich een onoverzienbare opdracht aan, die mij wel degelijk de stuipen op het lijf jaagt. Gaat door het leven onder namen als thesis, masterpaper et cetera. De horror onder studenten over het hele land (en de wereld, bij uitbreiding). Maar schrijven, daar ben ik goed in. Als het moet, rijg ik om vier uur ’s nachts de woorden aan elkaar tot klinkende volzinnen. Ja, ik heb menig nacht al schrijvend doorgebracht. Werkend aan één of andere paper -de ene al belangrijker dan de andere, en met meer of minder supporters aan de zijlijn. Omdat ik zoals zo vaak een erg riskante deadline-sprong aan het wagen was. Maar het is altijd gelukt. Tot nu dus. Meerdere dagen, weken, maanden heb ik naar een wit scherm zitten staren. Als alternatief, vlucht zeg maar, toverde ik mijn scherm vol internet-wetenschap. Facebook, YouTube, beauty- en modeblogs,… Nog wegvluchtend keek ik een serie of tien, las ik een boek, deed een dutje (slapen is de beste vlucht) of staarde ik naar een iets groter scherm dat à rato van 24 of 25 beelden per seconden uw huiskamer overspoelt. Ik zal er niet om liegen, de overheersende kleur van mijn word-document werd er niet zwarter op. Het bleef verdacht wit. Dagen lag hetzelfde uittreksel uit een of andere wetenschappelijke publicatie voor mijn neus. Ondertussen vloog er van alles door mijn hoofd. Dat ik een mislukking zou zijn, dat het toch niet kon dat ik mijn twee masterstudies zou opgeven op het randje van de eindmeet, dat ik er de rest van m’n leven spijt van zou hebben. Een maalstroom die me zou hebben meegetrokken tot in het centrum van de aarde, mocht hij gekund hebben. Die me desgevallend nogal in mezelf deed keren en gepikeerd deed reageren op alles, vooral op vragen met betrekking tot de thesis. Die me, nog meer dan anders, aan mezelf deed twijfelen. Tot ik besliste: gedaan ermee! Het is nog niet te laat (maar wel vijf voor twaalf). Dus zit er niets anders op dan door te zetten. Elke dag opnieuw te vechten tegen de verleiding van de vlucht. En, heel zachtjes, mijn vingers over het toetsenbord laten vliegen, aarzelend, voorzichtig, al maar sneller, tot ze het plezier van het schrijven terugvinden.

De schijnbare onoverkomelijkheid van een wit blad. Het ene al moeilijker dan het andere. Zoals dat van een thesis, bijvoorbeeld. Ik bijt erdoor.

Learning how to love me, pt. VIII

Learning how to love me, pt. VIII

Als het even moeilijk is

Soms zit er een groot, gapend gat in mijn hart. Met niets op te vullen. Een onbestemd gevoel van ontevredenheid. Je kent dat wel. Dat komt en dat gaat, zonder reden. Waar het op aankomt op zo’n momenten, is vechten. Vechten tegen die leegte. Ieder doet dat op zijn manier. In je zetel hangen en tv kijken, bijvoorbeeld. De ene film na de andere opzetten of een marathon om weer mee te zijn met je favoriete serie. Wat mij betreft, mag het geen geheim wezen dat muziek er meestal wel in slaagt enige vorm van soelaas te brengen. Maar alleen de juiste. Dewelke dat is, hangt er een beetje van af. Ik zou graag een ultieme playlist kunnen samenstellen die mij troost biedt wanneer nodig, maar mij evengoed laat dansen van plezier als ik blij ben. Noem het gemakzucht. Het maakt niet zo gek veel uit, want door die verzuchting kan ik net zo goed een streep trekken: ultieme playlists maken, heeft niet zoveel zin. Mijn muzikale behoeften lopen dan wel al eens gelijk wanneer ik droevig of blij ben, ze blijven dat nooit erg lang. Wat ik bedoel is dat muziek die mij op dag 1 een energie-opstoot bezorgt, mij op dag 2 helemaal niet hetzelfde gevoel geeft. Dat maakt het misschien moeilijker, want elke keer moet je op zoek naar de juiste muziek voor het juiste moment. Schijn bedriegt, want zo heel erg ingewikkeld ligt dat nu ook weer niet. Meestal komt dat gewoon overeen met het genre dat ik op dat moment heel erg veel luister. Een occasionele playlist: het heeft dus wel zijn charmes. Helpen mij momenteel bij alles: Skid Row, Kansas, Lynyrd Skynyrd, Warrant, Creedence Clearwater Revival, Led Zeppelin, Bon jovi en meer van dat soort. Gierende gitaren en lang, wild, zwierend mannenhaar, vergezeld van een glas wijn: het heeft iets therapeutisch, echt. En als dat niet helpt het donker te verjagen, probeer dan eens het huis te verlaten. Jaag jezelf de straat op, tegen beter weten in als het moet, op zoek naar beter gezelschap dan het zwarte gat binnenin. Dat is eigenlijk nog de beste remedie tegen turbulentie in je hoofd: een avondje of meer doorbrengen met vrienden. Een etentje, feestje, een dag klusjes gaan opknappen in het nieuwe huis van één van je vrienden. Doet geweldige dingen met je. Wonderen. Het voelt eigenlijk best als wat een dagje spa met een mens doet (naar ik me voorstel, want ik moet nog gespot worden in zulke oorden): het brengt ontspanning. Het verlicht alle pijn en, bovenal, het vult het grote, gapende gat. Als dat het niet waard is om uit je zetel voor te komen.

Learning how to love me, pt. VII

Learning how to love me, pt. VII

Omdat je dat al wel eens durft vergeten

Nog eens Jack’s Mannequin. Die mannen zijn goed! Andrew McMahon weet gewoon echt goed soms hoe de dingen te zeggen. Heel simpel. Uit The Resolution, kort en krachtig:

I need light in the dark
As I search for the resolution

Als ik dat allemaal hoor, zo, soms denk ik dan (ook Jack’s Mannequin, uit The Mixed Tape):

It’s like I wrote every note with my own fingers

Kon ik dat maar. Maar dat kan ik niet. Gelukkig weet ik dat, dus geeft het niet. En blijf ik hier nog maar even door ploeteren. Over mezelf graag zien en zo. Good enough for now.

Learning how to love me, pt. VI

Learning how to love me, pt. VI

Incubus – Drive

Sometimes, I feel the fear of uncertainty stinging clear
And I can’t help but ask myself how much I let the fear take the wheel and steer
It’s driven me before
And it seems to have a vague, haunting mass appeal
But lately I’m beginning to find that I should be the one behind the wheel

Whatever tomorrow brings, I’ll be there

En dan nu pt. V in de Learning how to love me serie. Ik was moe. Ik had een koortsblaas. Waarschijnlijk had ik de pest erin die dag. Daar was ik dus echt niet tevreden mee, maar daar draait dit hele gedoe toch om, niet? Dus ja.

Learning how to love me, pt. V

Learning how to love me, pt. V

Herbeginnen was geen optie meer, wegens al halfweg door de make-up routine. Maar het voelde al beter. En het straalde een beetje door in de foto, vond ik. Een behind the scenes, zo u wil.

Learning how to love me, pt. V -behind the scenes

Learning how to love me, pt. V -behind the scenes

Zwemmen

Nu ik zo meteen al een paar weken heb in te halen om mijn eigen quotum te halen, profiteer ik daar maar van om te beginnen met woorden van anderen. Woorden waar ik mezelf in lijk te vinden, die mij troost bieden. Muziek. Want muziek is alles. No questions asked, muziek is het vangnet wanneer je even niemand kan of wil bereiken. Nulla vita sine musica. Want muziek prutst dat laatste restje weerstand weg, opdat je zou uithuilen. Muziek lucht op. Muziek maakt blij. En zoveel meer.

En omdat ik echt wel niet zo ver ben gekomen om nu op te geven.

Learning how to love me, pt. IV

Learning how to love me, pt. IV

Uit Swim van Jack’s Mannequin:

You gotta swim
Swim for your life
Swim for the music that saves you
When you’re not so sure you’ll survive
You gotta swim
And swim when it hurts
The whole world is watching
You haven’t come this far to fall off the earth

[…]

You gotta swim
Swim in the dark
There’s no shame in drifting
Feel the tide shifting
And wait for the spark
You’ve gotta swim
Don’t let yourself sink
Just find the horizon
I promise you it’s not as far as you think

[…]

Just keep your head above

Swim