De wondere wereld van een thesisstudent

Wanneer de temperaturen de hoogte in gaan (met of zonder zon, daar kan je in België nu eenmaal nooit zeker van zijn), durft een mens al eens een raam of deur open te zetten. In het huidige appartement én nieuwe huis van mijn moeder gaat dat helaas meestal zonder hor gepaard. U weet wel, die dingen die vliegen en ander (on)gedierte  buiten moeten houden. Dat is soms een beetje lastig, want gezien ik op den boerenbuiten woon en er soms koeien in mijn achtertuin staan, zijn er nogal wat vliegen. Het moet gezegd: doorgaans is het hier beter gesteld met die vliegen dan op een doorsnee scoutskamp  -of je dat nu in een stal of tent doorbrengt-, dus al bij al kan ik niet klagen. Mocht het nu ook bij die vliegen blijven, dan zou ik wijselijk mijn mond houden. Maar ook menig ander gevleugeld beest vindt zijn weg naar binnen. Ik heb vooral een probleem wanneer het zoemende gevleugelden betreft die ook over een steek-mechanisme beschikken: ik moet toegeven, ik ben als de dood voor bijen, wespen en meer van dat soort (zelfs al zorgen eerstgenoemden er voor dat ik menig fruitsoort op m’n bord krijg). Kan het mij wat schelen dat ik straks 26 word! Ik moet en zal weglopen als zij in de buurt zijn. Maar soit. Kevers, bijen, wespen, vliegen, vlinders: allemaal hebben ze één ding gemeen. Ze fladderen als gekken tegen het raam aan, want de weg naar buiten, hoe groot het gat ook, zijn ze kwijt. Als ik ze zo bezig zie, de wespen, vliegen en vlinders van deze wereld, denk ik soms: Zijn ze in paniek? Vliegen ze nu keer op keer tegen het raam aan, denkend: “Komaan [vul naam in] , kalmeer! KALMEER! Je kan het! Zoek die uitgang! Ik moet ze vinden, ik moet ze vinden! Oh nee, ik ben verloren, HELP! HELP! HELP”. Ik vraag me af of het niet  zou helpen om even te kalmeren, net zoals wij mensenkinderen. In en uit te ademen. Wat wespen, bijen en vliegen betreft: neen. Ze zetten zich even rustig op het raam, denken vast, “ER IS GEEN UITGANG!”. Kruipen even verder, “WAAR IS DIE UITGANG?!”. Paniek. Vervolgens klappen ze verwoed weer tegen het raam aan, zich niet bewust van het grote gat dat nog geen 10 cm verder gaapt. Maar net zag ik een vlinder. Als een gek tegen het raam aan het fladderen. Maar toen dacht ie duidelijk: “ZEN. Komaan, Firmin*. Je kan het. Kalmeer nu”. Hij vlijdde zich neer op het raamwerk en concentreerde zich op zijn ademhaling. Ik draaide me om, op zoek naar iets om de vlinder naar buiten te begeleiden. Maar tegen dat ik zo’n voorwerp gevonden had, was hij alweer verdwenen. Naar buiten. Of hoe ademhalingstechnieken wonderen kunnen verrichten. Als ik ze nu zelf nog onder de knie krijg, schrijf ik vast een fantastische thesis. U weze gewaarschuwd.

*Of hoe die vlinder zichzelf ook noemen mag.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s