Shakira & Gerard Piqué

You guys. Tell me how this kid can EVER come out looking ugly. Seriously.

(source: Facebook)

Also, I might just go back to listening to Shak in heavy rotation (I’m quite the hardcore fan of some of her spanish songs). After I finish my session of drowning my ears in the sweet, sweet music that is to be found on the Singles Official Soundtrack, that is (also, check that movie. AWESOME.). I will alternate with some heavy grunge, however (and the occasional ’80s hairband as well as some (’80s) girl power pop and some ’00 alternative and the rare old French track and much, much more). After all, I’ve got a reputation to uphold, right? Check my Last.fm profile. Haha, I fear I might have ruined said reputation a long time ago. Whatever. I love Shak & Piqué and wish them -and the baby, obviously- all the best. There you go. That was completely random, but it’s also what blogs are for. 🙂

Advertenties

Saartje en de wereld, deel 1

Ik heb een probleem. Meerdere problemen. U mag dit gerust ironisch lezen, want mijn problemen zijn van de “first world” orde en ook helemaal niet onoverkomelijk. En dus schrijf ik deze tekst puur ter uwer aller entertainment, niet eens om te zagen. Vriendelijk, toch? Ik zal alvast terug keren naar de orde van de dag.

Mijn eerste probleem betreft mijn zowat helemaal favoriete band aller tijden. Die groep die u tot het einde der tijden zou volgen, die groep waarvan uw meisjeshart helemaal smelt. Eerlijkheidshalve moet ik vermelden dat mijn meisjeshart eigenlijk nooit gesmolten is voor deze groep, die functie was weggelegd voor andere bands (ik denk aan Kings of Leon of, in een eerder stadium van mijn jeugd, Good Charlotte). Niettemin zou ik ze volgen tot het einde der tijden en sinds kort heb ik een poster van de vroegere leadzanger (overleden aan een overdosis drugs, maakt dat het idolenplaatje niet compleet? De-getormenteerde-zanger-en-gevolg-maken-getormenteerde-muziek-speciaal-voor-getormenteerde-tieners-om-daarna-te-sterven-aan-een-overdosis*. Denkt u nu aan Nirvana, dan komt u al aardig in de buurt, maar dat was ook in een eerder stadium) om uren naar te staren -het ultieme bewijs van mijn eeuwige devotie. Soit, die favoriete band: Alice in Chains.  Door een vroegere klasgenoot wel eens angry-girls-music genoemd -ten onrechte, overigens, want dat doet hen tekort. Wat niet wegneemt dat ik een behoorlijke angry girl was in mijn tienerjaren en erg veel aan hun muziek heb gehad. Hun vroegere cds heb ik volledig grijs gedraaid, volledig geïnterneerd zelfs, die handel. Natuurlijk ontdekte ik hen pas toen het al te laat was, u kunt zich dus mijn teleurstelling en frustratie voorstellen dat die ene groep die ik zo bewonderde niet meer bestond -en dus ook nooit meer zou optreden. Groot, GROOT, GROOOOOOOOT was dus mijn vreugde toen ze een nieuwe zanger vonden en opnieuw aan het touren sloegen. En zelfs een nieuw album uitbrachten. Ondertussen zijn we bijna aan album twee met de nieuwe zanger. We zitten in die fase waar er als voorsmaakje één song beschikbaar is, nu ook met video. Mijn probleem is tweeledig en betreft deels die bewuste video. Ten eerste ben ik door de jaren heen een heel klein beetje gekalmeerd en heb ik niet altijd meer behoefte aan heel erg luide of zware muziek. Dat is bij het houden van Alice in Chains een klein beetje een probleem, want ze zijn best heavy. Van het trage soort, wat er soms op neerkomt dat ze nog heavier klinken dan Metallica**. Maar gezien het hier de band betreft die ik tot het einde der tijden zou volgen, ben ik bereid die issues opzij te zetten (zelfs al had het einde der tijden volgens sommigen al voorbij moeten zijn). Je bent een fan, of je bent het niet. Maar mijn probleem was tweeledig, en het tweede deel betreft de nieuwe clip. Ik kan hem nooit meer bekijken. Het begin viel allemaal nog mee, maar tegen het einde kreeg de hoofdrolspeler een afschuwelijke, lelijke bochel in zijn nek. Een levende bochel. De koude rillingen lopen over mijn rug, rien que d’y penser. En wat erger is. De video eindigt met een cliffhanger. Dat betekent dat ze in de volgende clip vast voortgaan met het verhaal. Die ik dus toch zal moeten bekijken, want het betreft hier de fascinerende afschuwelijkheid, helaas. U weet wel, van het soort dat maakt dat u op uw eentje een geestenfilm kijkt en daarna niet meer kunt slapen. Begeeft u u nu vooral naar het officiele YouTube/Vevo kanaal in kwestie en oordeelt u vooral zelf.

Ik ga nu even verder met mijn volgend probleem, dat ook te maken heeft met muziek. Ik scoorde onlangs een paar headphones (van het echte soort dat je over je hoofd past, geen earphones dus) van Sony*** voor gebruik aan mijn computer. Mijn vorige paar dat ik in wild enthousiasme in Salamanca gekocht had (ik was verleid door het design en de felle kleurtjes), heeft immers nooit een degelijke sound voortgebracht (dat ligt overigens niet aan het feit dat ik ze in Spanje kocht, maar die rant hou ik voor een andere keer) en was dringend aan vervanging toe. Bij mijn zoektocht, die uiteraard bij Sony begon (ik heb geprobeerd mijn merkensnobisme opzij te zetten, maar na meerdere teleurstellingen bij het nastreven van goedkopere opties, keer ik toch maar terug),  stootte ik op een interessante aanbieding op Amazon.fr (uiteraard had ik alle andere Amazons & co al afgeschuimd – ik begin stilaan een seasoned internet shopper te worden!). Die boden de headphones van mijn dromen niet alleen 40 euro goedkoper aan dan Sony zelf, ze deden er nog eens een korting van 15 euro bovenop! TSJAKKAAA! U kunt de denkbeeldige kassa al horen rinkelen, uiteraard was ik helemaal verkocht. Mijn probleem hier is puur snobistisch: tegen het geluid dat ze produceren, kan geen enkele van mijn andere earphones (voor gebruik on-the-go en van de eerder vermelde goedkopere opties) op. Nu wil ik natuurlijk niet meer inleveren op die kwaliteit, wat betekent dat ik voorlopig (tenzij ik ga lopen, daar heb ik speciale zweetbestendige earphones van Sennheiser voor) toch altijd mijn Sony headphones verkies. Maar stiekem -niet erg cool, ik weet het- prefereer ik voor onderweg earphones (tenzij in de winter misschien, mijn headphones double as earwarmers, maar dan nog). Nu liggen die earphones hier dus useless te wachten tot mijn praktische kant het haalt van de geluidskwaliteitsnob in mij.

Over snobisme gesproken, mijn volgende probleem komt ook alweer daar uit voort. Ergens aan de andere kant van de grote plas vindt momenteel een technologie-beurs plaats, wat de techno-nerd in mij alerter maakt voor nieuwe smartphones enzo -vooral dan als ze van Sony komen, u kan het al raden. Hebben ze toch wel niet een nieuwe XPERIA aangekondigd zeker? Het nieuwe model gaat door het leven met de letter Z en komt zelfs oa in een fancy kleurtje (paars). Het schiet plaatjes in 13 megapixels, heeft een full HD scherm, 16GB intern geheugen (met microSD slot voor kaartjes tot 32GB) en ik geloof (vergeef mij als ik het fout voorheb) dat de audio jack zich vanonder aan het toestel bevindt -mijn fellow music-on-the-go-listeners zullen wel verstaan waarom dat zoveel handiger is. Ja, ik ben even in nerd modus , maar zie ook wel dat het een high-end toestel is. Toch viel ik bij het lezen van de prijs -629euro!!!!- heel even bijna van mijn stoel. Heel even, héél, héél even dacht ik dat zelfs de nieuwste iPhone nog goedkoper is. Een kleine check  -die me overigens helemaal van mijn stoel deed vallen- bewees echter dat ik met mijn preferentie voor Sony zo slecht nog niet af ben. 699 (!!!!) euro voor het model met minste opslagcapaciteit (16GB), een kleiner scherm en minder megapixels dan de Sony? Euhm… Ik ben nog steeds blij dat ik het niet zo heb met Apple, dank u wel. Dit gezegd zijnde is het feit dat Sony een nieuwe smartphone uitbrengt eigenlijk helemaal niet zo’n probleem, en de prijs ook niet, want ik heb er helemaal geen nodig. Dankzij mijn papa (ik ben misschien wel een beetje verwend, ik zal het niet ontkennen) ben ik de gelukkige eigenaar van een bijzonder goede smartphone van Samsung. Geen Sony, okay, maar who cares? Het is geen Apple, het belt, het smst, het kan op internet (er zijn werkelijk apps voor ALLE momenten, het leven is compleet denk ik dan), het ding draait op Android en bezit best ook wel een fashionista-factor, al zeg ik het zelf. Wat heb ik meer nodig? Voorlopig niets, dus ga ik nu met mijn Sony headphones naar de muziek op mijn Samsung smartphone luisteren. Daar heeft u vast niet van terug. 😉

*Dat is geen kritiek, alleen even een overdreven cliché beeld. Die dichterlijke vrijheid, remember? Want voor de rest ben ik ervan overtuigd dat het plaatje natuurlijk genuanceerder is dan dat en heb ik ECHT zoveel gehad aan de groep in kwestie dat ik nog steeds moeite heb met dat gevoel onder woorden te brengen.

**De muziek- en metalkenner onder u vergeeft mij nu ook even deze kort-door-de-bocht-vergelijking, ik probeer een beeld te schetsen en dus heb ik een bekende groep nodig! Ik weet best dat Metallica absoluut niet het hardste is dat er bestaat enzo. But I’m getting to a point here, catch my drift? Bij deze dank ik u diep voor uw vergiffenis.

***Sla dit merk vooral op in uw geheugen, want ik ben een Sony-freak.

Mijn familie

Ergens tussen de Walen, Brussel en Antwerpen*, 30 december 2012

*(volgens die laatsten ergens op de parking dus)

Ergens in de Vlaanders, 1 januari 2013

WAARSCHUWING

De spreekwoordelijke dichterlijke vrijheid is mij niet altijd even vreemd. Vergeet de korrel zout dus niet.

Ik heb een grote familie. Heel erg fijn. Ik heb een opa en een oma, die als pater en mater familias over mijn familie regeren. Natuurlijk ook een mama en een papa. Daarnaast heb ik ook nog een heleboel tantes en nonkels. En nog meer hopen neven en nichten en zelfs een zus en een sympathieke schoonbroer die samen ook nog eens voor een nichtje zorgden (lees: mijn metekind aka latest star of the family). Je ziet: een hoop om over te schrijven. Maar ook nogal verwarrend. Laat ik vandaag een poging willen ondernemen om wat klaarheid in dat nest van mij te scheppen.

Om te beginnen zijn er mijn oma en opa. Beginnen -relatief gezien welteverstaan, mijn oma en opa zijn natuurlijk geen Adam en Eva die de wereld moeten bevolken. Maar goed, een mens moet ergens beginnen en we zijn al met zoveel. Trouwens, wie een heuse stamboom van de familie Vermeire wil, kan bij opa R. vast en zeker De Familie -het boek raadplegen. Maar goed, voor we teveel afwijken van de orde van de dag: terug naar onze tak van de boom dus. Opa R. en oma P. werden beiden geboren in de twintiger jaren en staan volgens de wetten der “wijsheid komt met de jaren” aan het hoofd van mijn familie. Het duurde natuurlijk enkele decennia voor hun paden kruisten, maar dat is een ander verhaal. Enfin, aan het hoofd dus. Vroeger was dat nogal letterlijk te nemen: aan het hoofd van de tafel nam mijn opa als een echte godfather plaats. In hun nieuwe  appartement (ook nogal relatief -ze wonen er ondertussen een tiental jaar) nemen mijn oma en opa altijd naast elkaar plaats. Mijn oma is namelijk niet zomaar de vrouw van de godfather, nee, ze staat met ijzeren hand naast mijn opa. Wie weet is zij eigenlijk wel de baas als het erop aankomt? Soit, ze is dus zeker evenwaardig aan onze godfather. Met nieuwjaar wordt dat allemaal heel duidelijk: mater en pater familias staan als hoofd van de familie in het middelpunt van de aandacht. Ik hoef het beeld zelfs niet te schetsen: oma en opa naast elkaar in een stoel, de kleinkinderen lezen om beurt hun briefje voor. En dat al zolang jullie je kunnen herinneren (ja, ik ook).

Maar voor ik te ver uitwijk over mijn oma en opa: ik heb ook nogal wat tantes en nonkels (en een mama en papa natuurlijk). Ik kan jullie wel even dit meegeven: sinds de vijftiger jaren heeft het nageslacht van mijn oma en opa nog maar één decennium overgeslagen. Wel ja, laat ik het voor het gemak uitdrukken in decennia. Mijn mama, haar twee (oudere) zussen en twee (jongere) broers (een goed deel van mijn tantes en nonkels dus, voor de goede verstaander) werden geboren in de loop van de vijftiger en zestiger jaren. In principe is het aantal ouders en tantes en nonkels dat ik heb verdubbelbaar: ja, ze zijn allemaal van ’t straat geraakt. En samen hebben ze mij een hele boel neefjes en nichtjes bezorgd. Dat mag u letterlijk nemen, want nadat mijn mama en papa voor mijn zus zorgden, moesten ze maar één enkel neefje laten voorgaan voor ik er kwam. En zelfs dat was een close call, want uiteindelijk verschilden J. en ik maar vier dagen. Met een beetje geluk had ik de wedstrijd gewonnen, maar het heeft niet mogen zijn. Dat doet er ook niet toe. Ik had het over mijn aantal ouders (twee dus) en nonkels en tantes (acht in het totaal en vier van elk). Éen van hen heeft zelfs een dubbele functie (voor mij dan toch): Peter P. U raadt het al, mijn peter. Het peter- en meterschap van mijn zus en de rest van mijn neefjes en nichtjes is netjes verdeeld over mijn oma en opa, mijn mama en haar zussen en broers.

Na al die dubbele tantes, nonkels en ouders komen dan natuurlijk de kleinkinderen -verspreid over 3 decennia. Het nageslacht sloeg de jaren ’70 over, maar sinds de jaren ’80 zijn we niet meer te stoppen. De eighties… Tijd van epauletten en gekke beenverwarmers, Madonna, de opkomst van pc’s met enorme monitoren en nog grotere computerdozen en daar vergeet ik nog de door mij zo geliefde Walkman van Sony (ver na de jaren tachtig door ondergetekende ontdekt als favoriete music-on-the-go-tool. Vervolgens sloeg ik de Discman en Minidisk over, om maar meteen over te schakelen op een nieuw soort Walkman: de mp3-speler -en op termijn op een heuse van Sony, welteverstaan, van enig merkensnobisme val ik wel te beschuldigen). Kwamen we uit de tachtiger jaren nog met vier (mijn zus, J., ik en P.1), dan waren de nineties zeker dubbel zo vruchtbaar. Opeenvolgend verschenen daar tussen de bouwvakkershemden, de dotcombel, Toy Story en de Spice Girls: M.1, P.2, S., K., M.2, A.1, T. en ten slotte A.2, N. en M.3. Zelfs de noughties gingen niet kinderloos voorbij. De wereld overleefde schijnbaar probleemloos het Y2K en wat later kwam L.1 de talrijke reeks kleinkinderen (wel vijftien!) afsluiten. De wereld maakte in dit decennium pas echt kennis met de eerder vernoemde mp3-spelers, reality tv als Big Brother en nog zoveel meer, maar dat maakt hier eigenlijk niet zo gek veel uit. Kan ook nog opgemerkt worden: eigenlijk zijn mijn zus, P.1 en L.1 een beetje uitzonderingen. Want de rest van ons komt zowat in paren. J. en ik volgden het dichtst op elkaar, vier dagen. M.1 en P.2 verschillen technisch wel een jaar, maar werden toch nog geboren in het zelfde kalenderjaar. S. en K. zagen het levenslicht in dezelfde tweede helft van een jaar en voor het gemak zal ik daar M.2, juli van het daaropvolgende jaar, nog maar bijrekenen. Twee handen op één buik ook, K. en M.2. A.1 en T. verschillen een maand en A.2, N. en M.3 sloten met hun drietjes de nineties kids af.

En toen was het de beurt aan de achterkleinkinderen. Voorlopig zorgden alleen mijn zus en sympathieke schoonbroer voor een nakomeling, maar onze L.2 is toch dé ster van het afgelopen jaar. Een waarheid als een koe, een stelling die waar is tot het tegendeel bewezen is, lees: tot het volgende achterkleinkind er komt. En dan nog: als supertrotse meter kan ik u bevestigen dat ons voorlopige kakkenestje altijd een sterretje zal blijven, al was het maar in mijn hart.

Soit, dat alles om u een gelukkig nieuwjaar te wensen. En een goede gezondheid en voorspoed en al die shizzle die mensen elkaar traditioneel toewensen bij de start van het nieuwe jaar. En van traditie gesproken, bij deze vervul ik mijn jaarlijkse plicht tot het voordragen van een nieuwjaarsbrief aan die grote familie van mij, in het bijzonder aan mijn oma en opa, mijn mama en papa, mijn peter en vanaf nu ook mijn metekind. Maar eigenlijk ook aan al de rest: ik zie jullie graag, allemaal. 🙂

tot volgend jaar!

Over skiën en andere dromen

Voor Charlotte, omdat ze zo enthousiast een toffe en mooie toekomst kan schetsen, die moeiteloos zijn weg vindt naar mijn netvlies. En voor Louise en Marie, omdat we er deel van uitmaken. Op de vriendschap, meiden!

“Je moet leren skiën,” zegt Charlotte me. Say what? Skiën, ik? Sneeuw, koude? Ik draai eens met mijn ogen naar haar. Ze kent me toch beter dan dat! “En Louise ook,” vervolgt ze onverstoorbaar. Nu moet ze zich toch nader verklaren. Louise en ik kunnen, in tegenstelling tot onze beste vrienden Charlotte en Marie, niet skiën. Marie trekt zo vaak ze kan richting bergen met genoeg sneeuw. Ze is zelfs monitor. Op dit eigenste moment is ze alweer in voorbereiding om te vertrekken. En ook Charlotte is er niet vies van om door wat sneeuw te glijden. Ze trekt ongeveer ieder jaar wel eens naar koudere oorden. Vaak met haar ouders, maar ze zaagt al lang aan onze oren of we niet eens mee willen gaan. Maar Louise en ik  houden niet van zóveel sneeuw en vooral niet van de barre temperaturen. Nee, als Louise en ik het voor het zeggen hadden, trokken we elke keer naar de zon op vakantie. Maar Charlotte is vastbesloten, “Desnoods gaan we een dagje naar Landgraaf en geven ik en Marie jullie les. Maar het is absoluut noodzakelijk dat jullie NU leren skiën.” “Maar waarom? Je weet toch dat Louise en ik veel liever de zon opzoeken? We houden niet zo van al dat geski,” antwoord ik. Charlotte’s ogen beginnen te fonkelen. Ik weet dat ze nu heel enthousiast een idee gaat beschrijven, en ik begin te glimlachen. Charlotte is leerkracht, en ik prijs de kinderen in haar klassen er gelukkig om (stiekem hoop ik dat wanneer ik zelf ooit kinderen heb, ze veel leerkrachten als Charlotte mogen hebben – en zoals Louise, want ook zij wordt ongetwijfeld één van de meest enthousiaste leerkrachten die ik ooit ben tegengekomen). Maar soms denk ik dat Charlotte een roeping als verkoopster van het één of ander heeft gemist. Ze kan mensen overtuigen, en dat met veel verve. “Wel,” begint ze. Ik maak me mentaal klaar om de film die ze me zal schetsen op mijn netvlies te branden. “Stel je voor, over een paar jaar. Ik heb een fantastische man gevonden en heb kinderen,” haar ogen gaan nog meer fonkelen, ze maakt druk handgebaren en ik glimlach nog breder. Ze vervolgt, “Jij hebt een nog fantastischere man gevonden (want dat zie ik je echt doen) en hebt drie meisjes. Natuurlijk heeft ook Louise een vent en kinderen (laten we eerlijk zijn, Louise wordt -naast de perfecte juffrouw- de perfecte moeder). Marie heeft al een vent, en tegen dan is de rest gevolgd. En dan…” Ja, ook van spanning opbouwen weet Charlotte alles (gelukkig is het hier geen cliffhanger à la come-and-see-next-week). Ik zie het natuurlijk al helemaal voor mij en schud mijn hoofd om het idee dat ze me drie dochters toeschrijft.  Charlotte is niet te stoppen: “Dan gaan we met z’n allen op skivakantie. ’s Morgens zetten we de kinderen af voor een skiles, en wij volwassenen glijden de piste (een niet te moeilijke)  een paar keer af -helemaal à l’aise. En dan gaan we wat drinken. ’s Middags halen we de kinderen op, eten, dutje, weer naar de skiles en we zijn weer vertrokken.” “En dan zoeken we een babysit en gaan we après-skiën zeker?” onderbreek ik haar. Ze schiet in de lach, “Je hebt het helemaal begrepen! Een paar keer een piste naar beneden totteren, maar vooral veel plezier maken!” Ik moet ook lachen. “Om te après-skiën moeten Louise en ik dus leren skiën?” vraag ik. “Abslouut,” knikt Charlotte. En zo valt het verdict: ik moet en zal leren skieën (en Louise ook). Want zo’n mooie toekomstdroom, waarin niet alleen wij vieren nog steeds vrienden zijn, maar waarin we ook allemaal die droomvent gevonden hebben en kinderen hebben, verdient op z’n minst een poging tot in vervulling laten gaan. Vooral wanneer ze met zoveel verve geschetst wordt. En de inhoud onze stiekemste en diepste wensen verwoordt. Want eerlijk is eerlijk: een droom van een man (die respectievelijk perfect bij ons past), kinderen (zelfs ik, die er luidop over twijfelt) en een vriendschap die eeuwig mag duren… Dromen we daar niet allemaal van? Ons meisjeshart (do not fear, het steekt slechts af en toe de kop op) alvast wel. En weet je wat? Dat is okay. 🙂