What comes around

A trip down nostalgia lane. I have always thought of myself as some kind of grunger. A rock fan, at most. Yesterday I stumbled across this link on emo kids. It made me grin. I never followed all the rules. But My Chemical Romance has been the soundtrack to a part of my life. And that last point: no, I wasn’t emo. Just being myself. Enough said.

I guess I have always loved rock – and Alice in Chains and Pearl Jam even more – with a little subgenre here and there on the sideline. Take Ill Niño.

The anger. Numbing it away by blasting this through the stereo/headphones (I’m sorry, dad, to have put you trough my (nu)metal period. I can’t help but occasionally still love it – you’ll find proof in one of my previous posts about Portuguese music).

Those little bits and pieces in Spanish in between – the reason I started learning Spanish (and subsequently fell head over heels for the language, even though it took me another couple of years to realize). Even back when I didn’t understand a word, I preferred the Spanish versions of their songs over the English ones.

I’m sure everyone can relate, in his/her own way?

 I don’t wanna shine
Light will make us blind
I don’t wanna feel unreal
(Ill Niño)

Learning how to love me, pt. XXXI

Learning how to love me, pt. XXXI

Guilty pleasures

Nu we toch bezig zijn. Er bestond al lang geen twijfel meer over hoe ik telkens opnieuw als een blok val voor all things Spanish. Enrique hier is daar geen uitzondering op – net als Shakira was hij ooit de perfecte easy listening om mijn Spaanse kennis wat op te krikken. Sindsdien altijd een guilty pleasure gebleven. Maar ik laat er mij zelden of nooit op betrappen ook in het Engels te luisteren – de liedjes die ik graag hoor zijn van zulk beggybeggy niveau dat ze alleen in het Spaans acceptabel zijn. Ik kan dat niet verklaren, maar ik heb een hoger tolerantieniveau voor dat soort dingen in het Spaans. Wat zeg ik, ik smelt gewoon waar ik als rechtgeaarde rock-aficionada gillend zou weglopen mocht ik hetzelfde horen in het Nederlands en/of Engels. Versta mij niet verkeerd, ook in het Spaans (en het Portugees) heb ik mijn grenzen – zo heb ik het nog steeds niet voor Iglesias Sr, bijvoorbeeld. Of Alejandro Sanz, om maar iets te zeggen. De grenzen liggen gewoon wat verder. Kan ik er aan doen dat ik dat simpelweg zo’n schone taal(en) vind? J’assume.

Conclusie: Spaans kan ik al niet weerstaan, maar gooi er nog eens Portugees bovenop en ik smelt helemaal. Het croonergehalte ten spijt, maar wanneer er sprake is van portunhol kan er helemaal niets meer baten. Deze zomer dus ook wel te horen door het open raam van mijn auto – ook dat wordt hier een constante.

Learning how to love me, pt. XXX

Learning how to love me, pt. XXX

Kleine update III

Voor zij die er nog steeds een WK-kater op zouden nahouden: geniet van Neymar die even opduikt. ;-) En nu voor echt: omdat het niet altijd Michel Telo moet zijn. En ik van dit liedje ook instant vrolijk word, zelfs al slaat de tekst op even weinig als die van Michel Telo. Omdat ik er – uiteraard – een even duivels plezier in vind dit door de speakers van mijn auto te knallen. En het Portugees (taal) is en Braziliaans (land), dat hoeft niet eens meer gezegd.

Learning how to love me, pt. XXIX

Learning how to love me, pt. XXIX

Kleine update II

En daar is alweer die liefde voor talen (of Portugees). Ik zou wel helemaal smelten. Deze is niet voor iedereen weggelegd (what the hell, de vorige ook niet, en de volgende ook niet). Omdat – nu ik eindelijk mijn rijbewijs heb en geen rekening hoef te houden met wie naast mij zit – ik er een duivels plezier in vind om dat liedje in de auto te luisteren. In de volle zon en voor het rode licht de ramen open zetten en de volumeknop tijdelijk open draaien: genieten.

Learning how to love me, pt. XXVIII

Learning how to love me, pt. XXVIII

Kleine update

Gewoon om even te laten weten dat ik nog leef. En nog steeds bezig ben. Maar dat masterpapers nu even al mijn tijd in beslag nemen. Dus snel een muziekje of twee waar ik vrolijk van wordt (meteen ook een kans om Learning how to love me – alweer – wat in te halen). Over twee (of drie) vliegen in een klap gesproken. In het Portugees, want hoe langer, hoe mooier ik die taal ga vinden. Vroeger vond ik ze zo hard klinken, omdat alle klinkers wel lijken ingeslikt – vooral dan bij het Portugees uit Portugal. Maar hoe langer, hoe meer ik me gewaar wordt van de zachtheid die onder dat stugge uiterlijk verscholen ligt. Noem het een ruwe bolster met blanke pit.

Learning how to love me, pt. XXVII

Learning how to love me, pt. XXVII

Spice Girls

Bon, het schijnt dat (een groot deel van) mijn vrienden morgen op kamp vertrekken. Ik kan niet mee, want: thesis. So much feels. De rest van de maand zonder (een deel van) mijn vrienden! Wat doet een mens dan? In mijn geval:

1. Hard aan mijn thesis werken, zodat het verdomde ding EINDELIJK eens afraakt.

2. Een beetje oefenen met de auto, alleen, nu dat zuur verdiend rijbewijs in de zak zit. Voor mocht dat later op de maand misschien van pas komen.

3. Mijn vrienden missen.

4. Keihard onderstaand filmpje opzetten en zo wat er nog rest van mijn muzikale reputatie op het spel zetten (wat ik al niet over heb voor jullie). Gewoon. Zomaar. Omdat we dat altijd luidkeels meebrullen als dat passeert op de radio en we allemaal in de Fiesta-Mobiel zitten. Ik hou niet eens van de Spice Girls. Ook vroeger niet. En toch kweel ik mee. Want stiekem zijn wij wel meiden met pit ;-)

5. Op ouderdag op bezoek komen (tiens, dat rijbewijs…). Ik eis aandacht van jullie allemaal tegelijk, dus zie maar dat al het werk al gedaan is tegen dat ik toekom!

Bon, ik wens jullie veel succes ginder ver. En hopelijk regent het niet te veel.

Waterpret

Waterpret

Verzuip niet. En ik zie jullie de 27ste! BE PREPARED (en liefst ook nog heel enzo, als het even kan)!

Love you!

Kinderlijke vrolijkheid

Ze verschijnt aan de deur, aan de hand van haar mama. Glimlach bijna permanent op haar lippen, zeker als ze je net in de gaten krijgt, een blijk van herkenning – tenzij ze net wakker is. Dat is haar favoriete moment niet, namelijk. Dan hangt ze aan moeders rokken of vaders broek. Uberschattig vleit ze zich tegen hen aan terwijl ze weer tot de wereld komt. Een minuut of tien later ontpopt ze zich alweer tot haar vrolijke zelf. Guitig trekt ze naar haar speelgoedmand, vist er een dierenboekje uit. “Koe,” roept ze dan enthousiast. En nog harder “MIAUW!” -ze hebben thuis twee katten. Ze troont door het hele huis twee knuffels mee -Walter, een draak, van haar en Mr. Panda (what’s in a name?), een oude knuffel van mezelf. Ze kijkt smekend naar wie het dichtste in de buurt staat. Een blik die zegt “Ik wil in de schommelstoel, maar ik ben klein en de stoel is groot. HELP.” Genietend wiegt ze heen en weer. Ze kijkt ondeugend in het rond om te zien of iemand op haar let -alsof ze weet dat wat ze wil doen, onder de noemer “kattekwaad” zal vallen. Lachend gooit ze Mr. Panda op de grond. Walter volgt. Ze schatert. Als ik ze haar weer geef, herhaalt het tafereel zich. Ze wil uit de schommelstoel en een hap van dat tomaatje, wel nu direct, alsjeblief. Als haar neus vol snot hangt en je hebt het niet gezien, dan komt ze vrolijk lachend op je af, geeft je een knuffel en veegt intussen haar neus aan je kleren af. Als je iets doet dat tegen haar zin is, begint ze zachtjes te krijsen en gaat ze troost zoeken bij iemand anders -en slaat haar armen rond je nek alsof ze je nooit nog zal loslaten. Daarna gaat ze weer verder spelen. Ze kookt in miniatuur kookpotten en laat je enthousiast proeven. Blijven logeren is geen moeite. Als ze ‘s ochtends denkt dat je nog slaapt, houdt ze zichzelf rustig bezig met de knuffels in haar bed. Tot ze je door heeft – dan gaat ze enthousiast rechtop staan, lacht en slaat vrolijke gilletjes. Net zo lang als je erover doet om haar uit bed te vissen. Ze aanvaardt vrolijk koekjes en ze wil ook die chips die je hebt uitgehaald. Maar met een tomaatje, druif, olijf of kappertje is ze ook altijd gelukkig. Zet je muziek op, dan beweegt ze ongecontroleerd mee. Het lijkt sterker dan haarzelf, een soort natuurkracht, alsof haar lichaam in haar plaats beslist dat het moet swingen – het ziet er een beetje uit als headbangen, soms. Ze vist een Duplo-tijger van tussen haar speelgoed en komt hem enthousiast aan je tonen. Als je gromt, stormt ze vervolgens al grommend heel het huis door. Ze lacht als je met haar meespeelt. Als ze ziet dat je droevig bent, vraagt ze, “pijn?” en geeft je een aai. “Kom,” wenkt ze je en ze troont je mee door de tuin, een hele nieuwe wereld die ze wil ontdekken. Maar soms komt ze gewoon naar je toelopen en steekt haar armen naar je uit. Ze legt haar hoofd tegen je schouder en geeft je een schouderklopje. Ze ziet je graag, zo simpel als dat voor een kind kan zijn. “Meter,” zegt ze, en ze kijkt naar mij. Nodeloos te zeggen dat ik gloei van trots en helemaal smelt. Ode aan mijn metekind.