Songbird pt IX

Omdat ik zoveel verloren tijd heb in te halen en ik ergens in een lade van mijn brein nog inspiratie had liggen voor nog een Songbird, maak ik er nog maar eentje.

Eentje die (nog maar eens) getuigt van de zwerfdrang. Het ramblin’ syndrome, zo u wil.
Mijn liefde voor Something Corporate dateert van zo’n 10 jaar geleden – het cliché dat de bands uit je puberteit je tekenen voor de rest van je leven, klopt meer dan eens wat mij betreft – en de leadzanger is intussen twee projecten verder, maar hun optreden op Werchter is nog steeds één van de beste concerten die ik ooit zag. Naar het schijnt springt Andrew McMahon nog steeds even levendig op zijn piano en ik hoop dat nog eens te kunnen aanschouwen, maar dat zien we later wel. Tot dan laaf ik mij aan alles wat Something Corporate te bieden heeft (en occasioneel ook wel aan die andere projecten van de zanger), maar vooral aan I Woke Up In A Car.

I’ve never been so lost, I’ve never felt so much at home
Please write my folks and throw away my keys
I woke up in a car

I met a girl who kept tattoos for homes that she had loved
If I were her I’d paint my body until all my skin was gone

(Play. Rewind. Play.) maal, u kunt het raden, duizend en zelfs een miljoen.

Learning how to love me, pt. XXXIII

Learning how to love me, pt. XXXIII

 

Songbird pt. VIII

Drie voor de prijs van één. Misschien een beetje omdat ik al zo lang over tijd ben om nog eens een blogje te posten (masterproeven, vakantie en verwerken van de resultaten en de gevolgen daarvan, so please forgive me for my absence). Meer nog omdat ik gewoon niet kan kiezen, eigenlijk. Pearl Jam is een geweldige band. De hoogdagen van grunge waren al voorbij toen ik ze leerde kennen, wat misschien tot voordeel heeft dat ik me niet echt een tijd kan herinneren dat ik Pearl Jam niet op de radio hoorde. Het voordeel aan Pearl Jam is ook dat ze redelijk ongehavend grunge overleefd hebben en zichzelf hebben weten te handhaven door de jaren heen. Ik heb ze niet altijd zo geweldig gevonden, dat bewustzijn is maar beginnen groeien toen ik een jaar of 15-16 was (niet voor niets mijn persoonlijke grunge heydays). Sindsdien alleen maar groter geworden, samen met een aan eindeloos grenzend respect voor de band. Ooit maak ik een citytrip met deze of gene om ze eens in een zaal te zien optreden. Sinds ze weer op festivals optreden (en dat valt zo ongeveer samen met de tijd dat mijn ouders mij naar festivals lieten gaan), lijken ze in België altijd Werchter te doen. Ik heb ze al een keer of twee gezien daar, maar steeds stak er iets mij een stokje in de wielen, wat mij weerhield van optimaal te genieten. Optredens in zalen zijn zoveel leuker, soms (zelfs al zijn ze megagroot). Dus: ooit komt dat moment.

Black. Want naast Alive één van de eerste Pearl Jam songs die voor altijd is blijven hangen.

Wel hierom:

I know someday you’ll have a beautiful life
I know you’ll be a star in somebody else’s sky
But why, why, why can’t it be, can’t it be mine

Ik spoel terug (vroeger ook echt met een casette), desnoods duizend of een miljoen keer, voor dat ene zinnetje, bijna aan het einde van het liedje. Zoals nu, terwijl ik schrijf. Dat akoestisch, en ik smelt.

Yellow Ledbetter dan. Niet zozeer de tekst, buiten dat ene zinnetje:

I don’t know whether I was the boxer or the bag

Maar de emotie die eruit spreekt. Iets nostalgisch. Iets troostend. Wel duizend keer opnieuw, maar dat kan ik niet elke keer herhalen. Een hoopje gesmolten ik, meer blijft er niet over.

Just Breathe. Uit een dichter tijdperk, maar daarom niet minder goed. De kracht van Pearl Jam bestaat er net uit dat ze van die songs blijven maken. Het stemgeluid van Eddie Vedder en zijn kenmerkende oohs en uuhs en aahs boeten nog steeds niet aan kracht in, wat mij betreft.

Zet je neer en luister en smelt (duizend en zelfs een miljoen keer opnieuw ;-) ).

Oh, I’m a lucky man, to count on both hands the ones I love
Some folks just got one, yeah, others, they got none, huh-uh
Stay with me… Let’s just breathe

En daarmee (en nog een Learning how to love me, ik heb wat in te halen) laat ik jullie.

Learning how to love me, pt. XXXII

Learning how to love me, pt. XXXII

What comes around

A trip down nostalgia lane. I have always thought of myself as some kind of grunger. A rock fan, at most. Yesterday I stumbled across this link on emo kids. It made me grin. I never followed all the rules. But My Chemical Romance has been the soundtrack to a part of my life. And that last point: no, I wasn’t emo. Just being myself. Enough said.

I guess I have always loved rock – and Alice in Chains and Pearl Jam even more – with a little subgenre here and there on the sideline. Take Ill Niño.

The anger. Numbing it away by blasting this through the stereo/headphones (I’m sorry, dad, to have put you trough my (nu)metal period. I can’t help but occasionally still love it – you’ll find proof in one of my previous posts about Portuguese music).

Those little bits and pieces in Spanish in between – the reason I started learning Spanish (and subsequently fell head over heels for the language, even though it took me another couple of years to realize). Even back when I didn’t understand a word, I preferred the Spanish versions of their songs over the English ones.

I’m sure everyone can relate, in his/her own way?

 I don’t wanna shine
Light will make us blind
I don’t wanna feel unreal
(Ill Niño)

Learning how to love me, pt. XXXI

Learning how to love me, pt. XXXI

Guilty pleasures

Nu we toch bezig zijn. Er bestond al lang geen twijfel meer over hoe ik telkens opnieuw als een blok val voor all things Spanish. Enrique hier is daar geen uitzondering op – net als Shakira was hij ooit de perfecte easy listening om mijn Spaanse kennis wat op te krikken. Sindsdien altijd een guilty pleasure gebleven. Maar ik laat er mij zelden of nooit op betrappen ook in het Engels te luisteren – de liedjes die ik graag hoor zijn van zulk beggybeggy niveau dat ze alleen in het Spaans acceptabel zijn. Ik kan dat niet verklaren, maar ik heb een hoger tolerantieniveau voor dat soort dingen in het Spaans. Wat zeg ik, ik smelt gewoon waar ik als rechtgeaarde rock-aficionada gillend zou weglopen mocht ik hetzelfde horen in het Nederlands en/of Engels. Versta mij niet verkeerd, ook in het Spaans (en het Portugees) heb ik mijn grenzen – zo heb ik het nog steeds niet voor Iglesias Sr, bijvoorbeeld. Of Alejandro Sanz, om maar iets te zeggen. De grenzen liggen gewoon wat verder. Kan ik er aan doen dat ik dat simpelweg zo’n schone taal(en) vind? J’assume.

Conclusie: Spaans kan ik al niet weerstaan, maar gooi er nog eens Portugees bovenop en ik smelt helemaal. Het croonergehalte ten spijt, maar wanneer er sprake is van portunhol kan er helemaal niets meer baten. Deze zomer dus ook wel te horen door het open raam van mijn auto – ook dat wordt hier een constante.

Learning how to love me, pt. XXX

Learning how to love me, pt. XXX

Kleine update III

Voor zij die er nog steeds een WK-kater op zouden nahouden: geniet van Neymar die even opduikt. ;-) En nu voor echt: omdat het niet altijd Michel Telo moet zijn. En ik van dit liedje ook instant vrolijk word, zelfs al slaat de tekst op even weinig als die van Michel Telo. Omdat ik er – uiteraard – een even duivels plezier in vind dit door de speakers van mijn auto te knallen. En het Portugees (taal) is en Braziliaans (land), dat hoeft niet eens meer gezegd.

Learning how to love me, pt. XXIX

Learning how to love me, pt. XXIX

Kleine update II

En daar is alweer die liefde voor talen (of Portugees). Ik zou wel helemaal smelten. Deze is niet voor iedereen weggelegd (what the hell, de vorige ook niet, en de volgende ook niet). Omdat – nu ik eindelijk mijn rijbewijs heb en geen rekening hoef te houden met wie naast mij zit – ik er een duivels plezier in vind om dat liedje in de auto te luisteren. In de volle zon en voor het rode licht de ramen open zetten en de volumeknop tijdelijk open draaien: genieten.

Learning how to love me, pt. XXVIII

Learning how to love me, pt. XXVIII

Kleine update

Gewoon om even te laten weten dat ik nog leef. En nog steeds bezig ben. Maar dat masterpapers nu even al mijn tijd in beslag nemen. Dus snel een muziekje of twee waar ik vrolijk van wordt (meteen ook een kans om Learning how to love me – alweer – wat in te halen). Over twee (of drie) vliegen in een klap gesproken. In het Portugees, want hoe langer, hoe mooier ik die taal ga vinden. Vroeger vond ik ze zo hard klinken, omdat alle klinkers wel lijken ingeslikt – vooral dan bij het Portugees uit Portugal. Maar hoe langer, hoe meer ik me gewaar wordt van de zachtheid die onder dat stugge uiterlijk verscholen ligt. Noem het een ruwe bolster met blanke pit.

Learning how to love me, pt. XXVII

Learning how to love me, pt. XXVII